Besluit van 9 oktober 1991, houdende regels betreffende de beloning of vergoeding voor de bemiddeling bij en de bevordering van de totstandkoming van krediettransacties alsmede de wijze van uitbetaling daarvan

Besluit provisie kredietbemiddeling

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 mei 1991, nr. 91046391 WJA/W, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;
Gehoord de Adviescommissie consumentenkrediet;
De Raad van State gehoord (advies van 2 september 1991, nr. W10.91.0275);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 september 1991, nr. 91080228 WJA/W, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel

2

Het uitbetalen, aanvaarden of in rekening brengen van provisie is verboden anders dan ter uitvoering van een provisie-overeenkomst, die voldoet aan het bepaalde in hoofdstuk II.

Hoofdstuk

II

Provisie-overeenkomsten

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Partijen kunnen schriftelijk een wijziging van het in artikel 4 bedoelde percentage overeenkomen, met dien verstande dat:

  • a.

    een tussen partijen overeengekomen percentage telkens gedurende een aaneengesloten tijdvak van ten minste een maand dient te gelden;

  • b.

    ten aanzien van reeds tot stand gekomen niet-doorlopende krediettransacties het percentage blijft gelden dat gold op het tijdstip waarop de krediettransactie werd afgesloten;

  • c.

    ten aanzien van reeds tot stand gekomen doorlopende krediettransacties het percentage telkens eerst na 24 maanden kan worden gewijzigd uitsluitend in het percentage dat tussen partijen voor nieuw af te sluiten krediettransacties geldt op het tijdstip waarop de wijziging plaatsvindt.

Artikel

6

De provisie-overeenkomst dient te bepalen dat over de periode waarin een kredietnemer ten minste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijnbedrag, ter zake van de desbetreffende krediettransactie geen provisie is verschuldigd.

Artikel

7

Hoofdstuk

III

Wijze van uitbetaling

Artikel

8

Het is verboden provisie uit te betalen in de vorm van het verstrekken van zaken of het verlenen van diensten.

Hoofdstuk

IV

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

9

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel

11

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit provisie kredietbemiddeling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Y. M. C. T. van Rooy
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin