Beschikking ter zake van het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland

De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Overwegende, dat uitvoering dient te worden gegeven aan Verordening (EEG) nr. 1703/91 van de Raad van 13 juni 1991 tot invoering van een regeling voor het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland voor het verkoopseizoen 1991/1992 en tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor dat verkoopseizoen in het kader van de in Verordening (EEG) nr. 797/85 bedoelde regeling voor het uit produktie nemen van bouwland (PbEG L 162), alsmede aan Verordening (EEG) nr. 2069/91 van de Commissie van 11 juli 1991 houdende uitvoeringsbepalingen ter zake (PbEG L 191);
Gelet op de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet (Stb. 1957, 342);
Gehoord het Landbouwschap, het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten en het Produktschap voor Margarine, Vetten en Oliën,

Besluit:

Artikel

1

In deze beschikking wordt verstaan onder:

a.
minister:

minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b.
directeur LNO:

directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

c.
DBH:

districtsbureauhouder van de directie LNO in wiens werkgebied het landbouwbedrijf van de aanvrager is gelegen;

d.
Landbouwbedrijf:

het geheel van produktie-eenheden in Nederland bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbij behorende cultuurgrond, uitsluitend of ondermeer dienende tot de uitoefening van de landbouw;

e.
landbouwtelling:

landbouwtelling, als bedoeld in artikel 24 van de Landbouwwet (Stb. 1957, 342);

f.
rechtspersoon:

rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;

g.
bouwland:

alle grond die wordt gebruikt voor de teelt van in 1991 te oogsten produkten als vermeld op de als bijlage I bij deze beschikking gevoegde lijst;

h.
braaklegging:

het aan de landbouwproduktie onttrekken van bouwland;

i.
groenbemester:

gewas als vermeld op de als bijlage II bij deze beschikking gevoegde lijst;

j.
bouwplan:

plan waaruit de benutting van de volledige oppervlakte van de cultuurgrond van het landbouwbedrijf blijkt;

k.
medeverantwoordelijkheidsheffing:

heffing als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 (PbEG L 281);

l.
verkoopseizoen:

periode die begint op 1 juli van een kalenderjaar en eindigt op 30 juni van het daarop volgende kalenderjaar.

Artikel

2

Ter bevordering van het tijdelijk uit produktie nemen van bouwland gedurende de periode van 1 september 1991 tot en met 31 augustus 1992 kan de minister op grond van de volgende bepalingen op aanvraag een bijdrage verlenen.

Artikel

3

Artikel

4

Voor het uit produktie nemen van gepacht bouwland en bouwland waarop een zakelijk recht is gevestigd, kan een bijdrage slechts worden verleend, indien:

  • a.

    de pachter of zakelijk gerechtigde gedurende de periode als bedoeld in artikel 5 een gebruiksrecht heeft ten aanzien van het uit produktie te nemen bouwland;

  • b.

    in het geval dat het gebruiksrecht als bedoeld in onderdeel a een kortere dan de daargenoemde periode beslaat, de verpachter of eigenaar toestemming hebben verleend.

Artikel

5

Een bijdrage kan slechts worden verleend indien de aanvrager zich ertoe verplicht om gedurende de periode van 1 september 1991 tot en met 31 augustus 1992, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6 en 7, bouwland door braaklegging uit produktie te nemen en te houden.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

's-Gravenhage
Deminister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,P.Bukman

Bijlage

I

Lijst van produkten als bedoeld in artikel I, onderdeel g

  • 1.

    Wintertarwe

  • 2.

    Zomertarwe

  • 3.

    Wintergerst

  • 4.

    Zomergerst

  • 5.

    Rogge

  • 6.

    Haver

  • 7.

    Maïs (inclusief snijmaïs)

  • 8.

    Triticale

  • 9.

    Boekweit, gierst, kanariezaad

  • 10.

    Groene erwten en schokkers

  • 11.

    Kapucijners en grauwe erwten

  • 12.

    Tuin- en veldbonen

  • 13.

    Niet-bittere lupinen

  • 14.

    Kool- en raapzaad

  • 15.

    Zonnebloempitten

Bijlage

II

Lijst van groenbemesters als bedoeld in artikel I, onderdeel i

  • 1.

    Mengsels van grassen

  • 2.

    Mengsels van gras en klaver

  • 3.

    Bittere wikke

  • 4.

    Zandwikke

  • 5.

    Bittere lupinen

  • 6.

    Serradelle

  • 7.

    Kruisbloemigen

    • Bladrammenas

    • Gele mosterd

    • Bladkool

  • 8.

    Overige:

    • Facelia

    • Spurrie

  • 9.

    Afrikaanjes (Tagetes)

  • 10.

    Enkelvoudige klaver