Wet van 28 oktober 1991, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs in verband met wijziging van de teldatum

Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs, enz. (wijziging van de teldatum)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is gebleken enige wijzigingen aan te brengen in de Wet op het primair onderwijs (Stb. 1986, 256) en de Wet op de expertisecentra (Stb. 1987, 614) op het punt van de teldatum in verband met betere beheersing van de rijksbegroting;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Indien een basisschool wordt geopend in het schooljaar 1991-1992, geldt voor dat schooljaar in afwijking van artikel 18, tweede lid, van de Wet op het basisonderwijs zoals gewijzigd door deze wet, het aantal leerlingen op de 16de dag van de maand volgend op die der opening. Voor het schooljaar 1992-1993 wordt voor een basisschool waarop de eerste volzin van toepassing is, als grondslag genomen het aantal leerlingen op 1 oktober 1991, verhoogd met het krachtens artikel 18, eerste lid, van de Wet op het basisonderwijs zoals gewijzigd door deze wet, bepaalde percentage van dat aantal leerlingen. Indien de 16de dag van de maand volgend op die der opening valt na 1 oktober 1991, is het aantal leerlingen op de eerstgenoemde dag de grondslag voor het schooljaar 1992-1993, verhoogd met het krachtens artikel 18, eerste lid, van de Wet op het basisonderwijs zoals gewijzigd door deze wet, bepaalde percentage van dat aantal leerlingen.

Artikel

IV

In afwijking van artikel 100, eerste lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, is in het vijfjarig tijdvak, bedoeld in artikel 130 van genoemde wet, voor de kalenderjaren tot en met 1991 het aantal leerlingen op 16 januari van het desbetreffende kalenderjaar de grondslag voor de berekening van het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 130, elfde en twaalfde lid, van genoemde wet. Voor het kalenderjaar waarin een nieuw opgerichte school wordt geopend, wordt voor de kalenderjaren tot en met 1991 als grondslag genomen het aantal leerlingen op de laatste dag van de tweede maand volgende op die der opening.

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel

VII

Artikel

VIII

Indien de ter uitvoering van de Wet op het primair onderwijs zoals gewijzigd door deze wet, onderscheidenlijk van de Wet op de expertisecentra zoals gewijzigd door deze wet, bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen of te wijzigen voorschriften niet van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van deze wet, kan uiterlijk tot en met 31 juli 1992 bij ministeriële regeling worden voorzien in het onderwerp van die voorschriften.

Artikel

IX

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, J. Wallage
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin