het tijdstip waarop ter uitvoering van een krediettransactie door de kredietgever een geldsom ter beschikking wordt gesteld onderscheidenlijk met het verschaffen van het genot van een zaak of het verlenen van een dienst een aanvang wordt gemaakt en het tijdstip waarop de kredietnemer de eerste betaling moet hebben gedaan, dan wel
2º.
twee opeenvolgende tijdstippen waarop de kredietnemer een betaling moet hebben gedaan;
c.
termijnbedrag:
het bedrag van een betaling die de kredietnemer aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan;
d.
theoretische looptijd:
de geschatte lengte van het tijdvak gedurende hetwelk de kredietnemer bij een doorlopend krediet betalingen moet doen;
e.
betalingsregeling:
de regeling van de hoogte van de termijnbedragen, alsmede de lengte en, bij niet-doorlopend krediet, het aantal van de betalingstermijnen, welke in het kader van een krediettransactie van toepassing is;
f.
kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn:
de kredietvergoeding die over een betalingstermijn in rekening wordt gebracht, uitgedrukt in een percentage van het uitstaand saldo aan het begin van die betalingstermijn.
Artikel
2
1
Bij de in de hoofdstukken II en III aangegeven berekeningen wordt ervan uitgegaan dat:
a.
de krediettransactie overeenkomstig de bij het aangaan van de krediettransactie vastgestelde betalingsregeling wordt afgewikkeld, en
b.
geen wijzigingen optreden in de kredietvergoeding, tenzij het wijzigingen betreft waarvan de omvang bij het aangaan van de krediettransactie is vastgesteld.
2
Ten aanzien van doorlopende krediettransacties wordt er voorts van uitgegaan dat:
a.
het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de kredietgever een geldsom ter beschikking wordt gesteld onderscheidenlijk met het verschaffen van het genot van een zaak of het verlenen van een dienst een aanvang wordt gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet, en
b.
het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het in rekening brengen van kredietvergoeding.
Hoofdstuk
II
Berekening theoretische looptijd
Artikel
3
1
Bij doorlopende krediettransacties waarbij het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn, de betalingstermijn en het termijnbedrag, met uitzondering van het laatste termijnbedrag, gelijk blijven, bedraagt de theoretische looptijd n betalingstermijnen, waarbij n de uitkomst is van de volgende formule:
log T - log (T - im · K)
log (1 + im)
In deze formule is:
T:
het termijnbedrag;
im:
het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;
m:
het aantal betalingstermijnen per jaar;
K:
de kredietlimiet.
2
Bij doorlopende krediettransacties die niet voldoen aan de in het eerste lid genoemde kenmerken wordt de theoretische looptijd berekend als de som van de lengten van de betalingstermijnen die verstrijken alvorens het uitstaand saldo tot nihil is teruggebracht.
3
Bij de bepaling van de theoretische looptijd ingevolge dit artikel wordt het aantal betalingstermijnen op een geheel getal naar boven afgerond.
Hoofdstuk
III
Berekening effectief kredietvergoedingspercentage op jaarbasis
Artikel
4
In dit hoofdstuk wordt met betrekking tot doorlopende krediettransacties verstaan onder looptijd: theoretische looptijd.
Artikel
5
1
Voor krediettransacties waarbij de betalingstermijn en het termijnbedrag gedurende de looptijd gelijk blijven, wordt het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:
p = [ ( 1 + im )m- 1] · 100.
waarbij de waarde van im moet volgen uit de volgende formule:
K =
T · (1 + im)ⁿ - T
im · (1 + im)ⁿ
In deze formules is:
p:
het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
im:
het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;
m:
het aantal betalingstermijnen per jaar;
K:
de kredietsom;
T:
het termijnbedrag;
n:
de looptijd, uitgedrukt als het aantal betalingstermijnen.
2
Het eerste lid is, voor zover het betreft niet-doorlopende krediettransacties, tevens van toepassing, indien:
a.
de eerste betalingstermijn afwijkt van de overige betalingstermijnen, voor zover deze afwijking tot gevolg heeft dat het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, terwijl die overige betalingstermijnen en termijnbedragen gedurende de looptijd gelijk blijven, dan wel
b.
het eerste of het laatste termijnbedrag afwijkt van de overige termijnbedragen, die gedurende de looptijd gelijk blijven, voor zover deze afwijking een gevolg is van afrondingen.
Artikel
6
Voor krediettransacties waarbij de betalingstermijn wel, doch het termijnbedrag niet gedurende de looptijd gelijk blijft, en waarop artikel 5, tweede lid, niet van toepassing is, wordt het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:
p = [ ( 1 + im )m - 1] · 100.
waarbij de waarde van im moet volgen uit de volgende formule:
K =
t = n
Tt
Σ
————
t = 1
(1 + im) t
In deze formules is:
p:
het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
im:
het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;
m:
het aantal betalingstermijnen per jaar;
K:
de kredietsom;
t:
het volgnummer van de onderscheidenlijke termijnbedragen en van de onderscheidenlijke betalingstermijnen;
n:
de looptijd, uitgedrukt als het aantal betalingstermijnen;
Tt:
het termijnbedrag met volgnummer t.
Artikel
7
Voor krediettransacties waarbij de betalingstermijn gedurende de looptijd niet gelijk blijft en waarop artikel 5, tweede lid, niet van toepassing is, wordt het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:
p = i . 100,
waarbij de waarde van i moet volgen uit de volgende formule:
K =
k = n
Tk
Σ
—————
k = 1
(1 + i) t k
In deze formules is:
p:
het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
i:
het honderdste deel van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
K:
de kredietsom;
k:
het volgnummer van een termijnbedrag;
n:
het totale aantal termijnbedragen;
Tk:
het termijnbedrag met volgnummer k;
tk:
het tijdvak dat ligt tussen het tijdstip waarop de kredietsom ter beschikking wordt gesteld en het tijdstip waarop het termijnbedrag met volgnummer k moet worden voldaan, uitgedrukt in jaren.
Artikel
8
In afwijking van de artikelen 5 tot en met 7 wordt bij krediettransacties waarbij de kredietsom in bij het aangaan van de krediettransactie vastgestelde gedeelten (tranches) ter beschikking wordt gesteld op bij het aangaan van de krediettransactie overeengekomen tijdstippen het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis berekend als volgt:
p = i . 100,
waarbij de waarde van i moet volgen uit de volgende formule:
S 1 +
u = v
Su
k = n
Tk
Σ
————
=
Σ
————
u = 2
(1 + i) xu
k = 1
(1 + i) t k
In deze formules is:
p:
het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
i:
het honderdste deel van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis;
S1:
het bedrag van de eerste tranche van de kredietsom, dat bij het aangaan van de krediettransactie ter beschikking wordt gesteld;
u:
het volgnummer van een tranche;
v:
het totale aantal tranches;
Su:
het bedrag van de tranche met volgnummer u;
xu:
het tijdvak dat ligt tussen het tijdstip waarop de krediettransactie is aangegaan en het tijdstip waarop de tranche met volgnummer u ter beschikking wordt gesteld, uitgedrukt in jaren;
k:
het volgnummer van een termijnbedrag;
n:
het totale aantal termijnbedragen;
Tk:
het termijnbedrag met volgnummer k;
tk:
het tijdvak dat ligt tussen het tijdstip waarop de eerste tranche ter beschikking wordt gesteld en het tijdstip waarop het termijnbedrag met volgnummer k moet worden voldaan, uitgedrukt in jaren.
Artikel
9
Het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis wordt afgerond op één decimaal. Indien de tweede decimaal vijf of meer bedraagt, vindt afronding naar boven plaats. In de overige gevallen vindt afronding naar beneden plaats.
Hoofdstuk
IV
Hypothecaire kredieten
Artikel
10
1
De berekening van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de wet, dient te geschieden op de wijze die is vastgelegd in artikel 6 van de Gedragscode hypothecaire financieringen, die onderdeel is van de door de Nederlandse Vereniging van Banken, de Nederlandse Vereniging van Hypotheekbanken, de Nederlandse Vereniging van Levensverzekeraars, het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, de N.V. Bouwfonds Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen in 1990 gesloten Overeenkomst zelfregulering hypothecaire financieringen.
2
De vermelding van het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis, bedoeld in artikel 26, vijfde lid, van de wet, dient te geschieden op de wijze die is vastgelegd in de artikelen 3, aanhef, onder 3 en slot, en 5, aanhef en onder 6, van de in het eerste lid bedoelde gedragscode.
Hoofdstuk
V
Slotbepalingen
Artikel
11
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.
Artikel
12
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling effectief kredietvergoedingspercentage.
's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Y. C. M. T. vanRooy