Besluit van 9 december 1991, tot vaststelling van de voorschriften ter uitvoering van artikel 102 van de Waterschapswet (Stb. 1991, 444)

Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 12 juli 1991, nr. RJW 94648, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 102 van de Waterschapswet (Staatsblad 1991, 444);
Gezien de adviezen van gedeputeerde staten der provincies en de Unie van Waterschappen;
De Raad van State gehoord (advies van 5 november 1991, nr. W 09.91 0393);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde minister van 28 november 1991, nr. RJW 108589, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • b.

    kosten- en opbrengstsoorten: de lasten en baten gerangschikt naar hun aard;

  • c.

    (hulp)kostenplaatsen: organisatie-eenheden of administratieve eenheden waarop kosten worden verzameld die rechtstreeks, dan wel via een andere (hulp)kostenplaats, worden toegerekend aan een of meer kostendragers;

  • d.

    kostendrager: een reglementaire waterschapstaak.

§

2

De tijdelijke Commissie voor de comptabiliteitsvoorschriften waterschappen

Artikel

2

Vervallen

Artikel

3

Vervallen

Artikel

4

Vervallen

Hoofdstuk

II

De begroting, meerjarenraming, jaarrekening en het dienstjaar

§

1

Nadere regels betreffende de inrichting van begroting, wijzigingen van de begroting en de jaarrekening

Artikel

5

§

2

De begroting

Artikel

6

De begroting bestaat uit:

  • a.

    de nota betreffende de financiële toestand van het waterschap;

  • b.

    de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten met toelichting;

  • c.

    de kostenverdeelstaat met toelichting;

  • d.

    de begroting naar kostendragers met toelichting.

Artikel

7

De lasten en baten in de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten dienen te worden gerangschikt overeenkomstig de hoofdgroepen van het model-rekeningschema dat is opgenomen in de in artikel 5 bedoelde ministeriële regeling.

Artikel

8

Artikel

9

In de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten en de begroting naar kostendragers dient te worden opgenomen:

  • -

    volgnummer van de begrotingspost;

  • -

    omschrijving van de lasten en baten;

  • -

    raming van de lasten en baten volgens de begroting van het komend dienstjaar;

  • -

    raming van de lasten en baten volgens de primitieve begroting van het lopende dienstjaar;

  • -

    bedrag van de werkelijke lasten en baten uit de jaarrekening van het aan het lopende dienstjaar voorafgaande dienstjaar.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De tot de begroting behorende toelichtingen op de lasten en baten bevatten in elk geval:

  • a.

    gegevens waarop de raming is gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming van lasten en baten van het vorige dienstjaar, de toelichting op de oorzaak daarvan;

  • b.

    voor de geraamde bedragen, waarvan dit mogelijk en van belang is, gegevens omtrent de activiteiten, waarop de lasten en baten betrekking hebben.

Artikel

14

Artikel

15

Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur machtigen tot af- en overschrijving van begrotingsbedragen binnen een kostendrager. Daarbij dient het algemeen bestuur aan te geven tot welk bedrag of percentage af- en overschrijving maximaal is toegestaan.

Artikel

16

Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur machtigen om over de posten onvoorziene uitgaven van de begroting te beschikken.

Daarbij dient het algemeen bestuur per kostendrager aan te geven over welk bedrag of percentage van de posten onvoorziene uitgaven mag worden beschikt.

§

3

De wijzigingen van de begroting

Artikel

17

Besluiten tot wijziging van de begroting van een bepaald dienstjaar mogen slechts betrekking hebben op de situatie tot en met 31 december van het desbetreffende dienstjaar.

§

4

De meerjarenraming

Artikel

18

§

5

De jaarrekening

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

In de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten en de exploitatierekening naar kostendragers dient te worden opgenomen:

  • -

    volgnummer van de post;

  • -

    omschrijving van de lasten dan wel baten;

  • -

    totaalbedrag van de werkelijke lasten dan wel baten;

  • -

    raming van de lasten dan wel baten volgens de begroting na alle daarop betrekking hebbende wijzigingen;

  • -

    bedrag van de werkelijke lasten dan wel baten van het vorige dienstjaar.

Artikel

22

Artikel

23

De tot de jaarrekening behorende toelichtingen op de lasten en baten bevatten in elk geval:

  • a.

    gegevens omtrent de samenstelling van de opgenomen bedragen;

  • b.

    een toelichting op de belangrijke afwijkingen tussen de uitkomst van de jaarrekening over het vorig dienstjaar en die van het dienstjaar;

  • c.

    voor de lasten en baten, waarvan het bij de begroting mogelijk en van belang werd geacht, gegevens omtrent de activiteiten waarop de lasten en baten betrekking hebben.

Artikel

24

Tot de jaarrekening behoren ten minste de volgende bijlagen:

  • -

    een staat van immateriële en materiële vaste activa;

  • -

    een staat van eigen kapitaal, reserves, voorzieningen en waarborgsommen;

  • -

    een staat van vaste schulden;

  • -

    een staat van personeelslasten;

  • -

    een berekening van het rente-omslagpercentage.

§

6

Het begrotingsjaar

Artikel

25

Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.

Hoofdstuk

III

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

26

Een besluit tot wijziging van deze regeling of tot vaststelling van de door Onze Minister ingevolge artikel 5 te stellen nadere regels wordt niet genomen dan nadat gedeputeerde staten der provincies en de Unie van Waterschappen daarover zijn gehoord.

Artikel

27

Artikel

28

Dit besluit kan worden aangehaald als "Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen".

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende Nota van Toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin