Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen

De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Overwegende, dat het wenselijk is de subsidieverlening voor de door de begeleidende instellingen op grond van de onderscheiden wetten voor oorlogsgetroffenen uit te voeren taken en de immateriële dienstverlening in een regeling vast te leggen;
Gelet op artikel 31, zesde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Stb. 1991, 621);

Besluit:

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Voor toepassing van het bij deze regeling bepaalde wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

b.
een oorlogsgetroffene:

een persoon die tot één van de wetten voor oorlogsgetroffenen is toegelaten, dan wel op grond van één van die wetten een aanvraag heeft ingediend welke nog in behandeling is;

c.
de wetten voor oorlogsgetroffenen:

de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, Wet buitengewoon pensioen zeeliedenoorlogsslachtoffers, Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;

d.
instelling:

een privaatrechtelijke rechtspersoon die één of meerdere activiteiten als bedoeld in artikel 2 respectievelijk artikel 3 verricht.

Artikel

2

De minister verleent subsidie in de kosten van de volgende, bij de wetten voor oorlogsgetroffenen geregelde, activiteiten:

  • a.

    rapportage, waaronder verstaan wordt het opstellen van ingevolge de wetten voor oorlogsgetroffenen voorgeschreven sociale en verzetsrapporten en verzets- en waardigheidsverklaringen, noodzakelijk voor de toekenning van rechten op grond van die wetgeving;

  • b.

    uitbetaling, waaronder verstaan wordt de administratieve uitvoering van beslissingen tot toekenning van rechten aan in Nederland woonachtige personen op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940–194.

Artikel

3

De minister kan subsidie verlenen in de kosten van de volgende activiteiten:

  • a.

    maatschappelijk werk, waaronder verstaan wordt het bieden van hulp door middel van concrete en informatieve hulpverlening, psycho-sociale hulpverlening, signalering en preventie aan oorlogsgetroffenen, alsmede het ondersteunen van zelfhulp- en gespreksgroepen ten behoeve van de kinderen van oorlogsgetroffenen;

  • b.

    steunfunctie, waaronder verstaan wordt informatie en advies, deskundigheidsbevordering, voorlichting, onderzoek en documentatie op het terrein van oorlogsgetroffenen, alsmede ondersteuning van vrijwilligersorganisaties respectievelijk zelfhulp en gespreksgroepen ten behoeve van oorlogsgetroffenen respectievelijk hun kinderen.

Artikel

4

Aan het verlenen van subsidie of voorschotten daarop kan geen aanspraak worden ontleend bij een volgende subsidieaanvraag.

Paragraaf

2

Subsidievoorwaarden

Artikel

5

De activiteiten als bedoeld in artikel 2 komen slechts voor subsidie in aanmerking indien de instelling:

  • a.

    een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is en noch direct noch indirect beoogt winst te maken;

  • b.

    voldoet aan het bepaalde in deze regeling.

Artikel

6

De activiteiten als bedoeld in artikel 3 komen slechts voor subsidie in aanmerking indien de instelling:

  • a.

    een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is en noch direct noch indirect beoogt winst te maken;

  • b.

    naar het oordeel van de minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond;

  • c.

    aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen met inbegrip van subsidie voldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;

  • d.

    een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de door de instelling gestelde doeleinden zullen worden bereikt;

  • e.

    voldoet aan het bepaalde in deze regeling.

Artikel

7

Subsidie voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten wordt slechts verleend voor zover de wetgever de nodige gelden heeft toegestaan.

Paragraaf

3

Subsidiegrondslag

Artikel

8

Het subsidie voor de uitvoering van een activiteit bestaat uit de werkelijke kosten tot een door de minister vastgesteld maximum.

Paragraaf

4

Subsidievoorschriften

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Het verslag van activiteiten geeft een duidelijk inzicht in de aard en de omvang van de activiteiten die in de verantwoordingsperiode zijn ontplooid. Het verslag bevat een vergelijking van die activiteiten met de voorgenomen activiteiten.

Paragraaf

5

Vaststelling van het subsidie

Artikel

15

Paragraaf

6

Overige bepalingen

Artikel

16

De instelling doet zo spoedig mogelijk onder overlegging van de relevante stukken schriftelijk mededeling aan de minister, indien:

  • a.

    de statuten worden gewijzigd;

  • b.

    er zich omstandigheden voordoen die van invloed kunnen zijn op de beslissing omtrent (de hoogte van) het subsidie.

Artikel

17

Artikel

18

De instelling zorgt ervoor dat de door de instelling gestelde doeleinden op doelmatige wijze worden nagestreefd en de werkzaamheden dienovereenkomstig worden geregeld, dat een goed beleid en beheer wordt gevoerd, dat het subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor het wordt verleend en dat alle voorschriften die de minister aan het verlenen van het subsidie verbindt, worden nageleefd.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Paragraaf

7

Slotbepalingen

Artikel

23

De minister kan van deze regeling afwijken indien daar dringende redenen voor zijn en stringente toepassing van deze regeling naar zijn oordeel tot kennelijke onbillijkheden zou leiden.

Artikel

24

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1990. Zij kan worden aangehaald als Subsidieregeling dienstverlening voor oorlogsgetroffenen.

Afschrift van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden gepubliceerd, wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. d'Ancona