Artikel
I
De Jeugdspaarwet (Stb. 1971, 362) wordt ingetrokken.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
De Jeugdspaarwet (Stb. 1971, 362) wordt ingetrokken.
De premiëring van jeugd-spaarovereenkomsten, gesloten met inachtneming van de Jeugdspaarwet vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt beheerst door de Jeugdspaarwet, zoals deze luidde vóór dat tijdstip, met dien verstande dat artikel 14, derde lid, derde volzin, buiten toepassing blijft en dat aan het eerste lid van artikel 6 de volgende zin wordt toegevoegd: Mede als gehuwde wordt aangemerkt de niet gehuwde deelnemer die met een persoon van verschillend of gelijk geslacht duurzaam een gezamenlijk huishouding voert, tenzij het betreft personen tussen wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.