Uitvoeringsregeling overdracht taken onroerend-goedbelastingen

Uitvoeringsregeling overdracht taken OGB

De staatssecretaris van Financiën

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Met ingang van het tijdstip van overdracht geldt voor zoveel nodig dat de werkzaamheden die met betrekking tot een aanslag zijn verricht door de in de Invorderingswet 1990 (Stb. 221) genoemde functionarissen, geacht worden te zijn verricht door de voor dezen in de plaats tredende colleges en functionarissen als bedoeld in artikel 281, tweede lid, van de gemeentewet (Stb. 1931, 89).

Artikel

3

Artikel

4

Met betrekking tot een vermindering met een dagtekening na 31 december 1992 van een belastingaanslag ten aanzien waarvan het aanslagbiljet door de rijksbelastingdienst is verzonden en waarop geen te betalen bedrag meer open staat, worden de taken en bevoegdheden ter zake van de heffing en de invordering uitgeoefend door de gemeente en zijn de artikelen 2 en 3 van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel

4a

In afwijking in zoverre van het bepaalde in de artikelen 6a en 7 van de Eerste uitvoeringsregeling gemeentelijke onroerende-zaakbelastingen vindt met betrekking tot de boekingsperiode welke aanvangt met het belastingjaar 1991 de in genoemde artikelen bedoelde verrekening plaats op 25 maart 1993 naar de stand per 31 december 1992. Eveneens op 25 maart 1993 vindt naar de stand per 31 december 1992 verrekening plaats van het verschil tussen de som van de bedragen van de tot en met 31 december 1992 in kohieren opgenomen aanslagen en navorderingsaanslagen ter zake van belastingen van onroerende zaken en de som van de tot en met 31 december 1992 door de rijksbelastingdienst ter zake van die belastingen feitelijk ontvangen bedragen.

Artikel

5

De staatssecretaris van Financiën, M.J.J. van Amelsvoort