Instelling Commissie TBS en Sanctietoepassing Geestelijk Gestoorde Delinquenten

De Staatssecretaris van Justitie,
Overwegende dat in de nota ‘TBS, een bijzondere maatregel’ (TK, 1991–1992, nr. 22329) is vastgesteld dat
  • de combinatie van de maatregel van TBS met een lange gevangenisstraf

  • de mogelijke bevoegdheid van de rechter tot voorwaardelijke beëindiging van de TBS en/of beëindiging op termijn en

  • de TBS zonder verpleging om nader onderzoek vragen, gelet op de zich voordoende problemen in de toepassing van (combinaties van) deze sancties;

Overwegende dat het wenselijk is ook de combinatie van de maatregel van TBS met die van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis in het onderzoek te betrekken;
Overwegende dat deze onderwerpen dienen te worden bestudeerd op basis van de in nota ‘TBS, een bijzondere maatregel’ aangegeven uitgangspunten;

Besluit:

Artikel

1

In te stellen een Commissie TBS en Sanctietoepassing Geestelijk Gestoorde Delinquenten.

Artikel

2

De Commissie de volgende vragen voor advies voor te leggen:

  • a.

    Behoeft de wettelijke regeling inzake de sanctietoepassing ten aanzien van geestelijk gestoorde delinquenten, in het bijzonder met het oog op:

    • 1.

      de gevallen waarin thans een vrijheidsstraf in combinatie met een terbeschikkingstelling met verpleging wordt opgelegd, en

    • 2.

      de gevallen waarin thans een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis in combinatie met een terbeschikkingstelling met verpleging wordt gelast, wijziging en zo ja op welke wijze;

  • b.

    Is er aanleiding de wettelijke regeling inzake de verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging te wijzigen, in het bijzonder in die zin dat de rechter de bevoegdheid krijgt om de terbeschikkingstelling met verpleging onder bijzondere voorwaarden en/of op termijn te beëindigen;

  • c.

    Dient de wettelijke regeling inzake de terbeschikkingstelling zonder verpleging te worden gewijzigd en zo ja op welke wijze;

  • d.

    Welke consequenties hebben de onder a tot en met c genoemde voorstellen voor het bij de sanctietoepassing en de sanctietenuitvoerlegging ten aanzien van ter beschikking gestelde en andere geestelijk gestoorde delinquenten gevoerde beleid?

Artikel

3

In de Commissie te benoemen:

  • voorzitter: prof. mr. J. W. Fokkens, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam;

  • leden: dr. J. H. Blankstein, algemeen directeur van de prof. mr. W. P. J. Pompekliniek te Nijmegen en voorzitter van het onderling overleg van directeuren van TBS-inrichtingen mr. E. P. von Brucken Fock, raadsheer in het Gerechtshof te 's-Gravenhage (tot 1 oktober 1992 gedetacheerd bij de stafafdeling Wetgeving Publiekrecht van het ministerie van Justitie);

    mr. E. J. Hofstee, universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en rechter-plaatsvervanger in de arrondissementsrechtbank te Haarlem;

    drs. L. J. Joele, algemeen directeur van het Psychiatrisch Centrum Bloemendaal te 's-Gravenhage;

    mr. Y. A. J. M. van Kuijck, advocaat-generaal bij het Gerechtshof te Arnhem;

    prof. drs. H. J. M. van Marle, geneesheer-directeur van het Pieter Baan Centrum te Utrecht en bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen;

    mr. P. L. Michels, vice-president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam;

    mw. mr. C. L. van den Puttelaar, advocaat te Rotterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te 's-Gravenhage;

    mw. dr. J. Smit, beleidscoördinator TBS, Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen;

  • adviserende leden: mr. C. van der Hooft, psychiatrisch adviseur van het ministerie van Justitie;

    mw. mr. G. Mintjes, medewerker van de stafafdeling Wetgeving Publiekrecht van het ministerie van Justitie;

  • adviserend lid/secretaris: drs. J. L. van Emmerik, beleidsmedewerker/coördinator TBS, afdeling Beleidsontwikkeling, directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het ministerie van Justitie;

  • adjunct-secretaris: mw. mr. M. F. M. de Groot, juridisch medewerker van de afdeling Juridische Zaken, directie Delinquentenzorg en Jeugdinrichtingen van het ministerie van Justitie.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Staatscourant en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Justitie, A.Kosto