Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden

De Secretaris-Generaal van Defensie,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
ministerie:

het ministerie van Defensie;

b.
bewindslieden:

de minister en de staatssecretaris van Defensie;

c.
beslissing:

een beslissing met rechtsgevolgen die wordt toegerekend aan de Staat der Nederlanden of aan een bewindspersoon;

d.
stuk:

een stuk dat een beslissing inhoudt, dan wel een ander stuk dat wordt toegerekend aan een bewindspersoon;

e.
dienstonderdeel:
f.
diensthoofd:

degene die bij het Algemeen organisatiebesluit Defensie 1992 is belast met de leiding van een dienstonderdeel van het ministerie;

g.
(sub)mandaat:

de bevoegdheid om namens een bewindspersoon, onder diens verantwoordelijkheid en met inachtneming van diens aanwijzingen en richtlijnen, beslissingen te nemen en stukken vast te stellen en te ondertekenen;

h.
mandans:

degene die (sub-)mandaat verleent;

i.
mandataris:

degene aan wie (sub-)mandaat is verleend.

Artikel

2

Mandaat diensthoofd

Artikel

3

Uitsluiting van mandaatverlening

Deze regeling is niet van toepassing op:

  • a.

    beslissingen en stukken inzake bezwaren tegen beslissingen die door de secretaris-generaal of namens deze door een door hem aangewezen functionaris zijn genomen;

  • b.

    stukken, bestemd voor de Nationale ombudsman;

  • c.

    voordrachten voor onderscheidingen.

Artikel

4

Submandaat

Artikel

5

Plaatsvervanging

Bij afwezigheid of verhindering van een mandataris treedt diens plaatsvervanger voor de duur van de afwezigheid of verhindering in diens plaats, behoudens ten aanzien van de bevoegdheid tot het verlenen van een mandaat of tot het wijzigen van een verleend mandaat.

Artikel

6

Regelen en instructies

Artikel

7

Zelfbeslissingsrecht mandans

De mandans is te allen tijde bevoegd de op basis van mandaat verleende bevoegdheden zelf uit te oefenen.

Artikel

8

Voorleggen ter beslissing aan mandans

De mandataris maakt geen gebruik van een aan hem verleend mandaat in de gevallen waarin hij van mening is dat de mandans een beslissing dient te nemen of een stuk dient vast te stellen en te ondertekenen.

Artikel

9

Overleg- en medeparaafprocedures

De mandataris is gehouden erop toe te zien dat de binnen het ministerie geldende overleg- en medeparaaf-procedures in acht zijn genomen alvorens een beslissing te nemen en stukken vast te stellen en te ondertekenen.

Artikel

10

Ondertekening

De mandataris is gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van mandaat worden ondertekend, het mandaat tot uitdrukking te brengen door opneming van de volgende formule:

De Minister/Staatssecretaris van Defensie

Voor deze.

Functie van de betrokken mandataris.

Handtekening van de betrokken mandataris

Naam van de mandataris.

Artikel

11

Toezicht door de mandans

Artikel

12

Overgangsbepaling

Beslissingen tot het verlenen van mandaat of delegatie, onder welke benaming of in welke vorm ook, genomen vóór de datum van ondertekening van deze regeling, worden geacht te zijn genomen op grond van deze regeling. Zij blijven van kracht tot uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening en werkt terug tot en met 1 januari 1992.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Mandaatregeling 1992 SG-diensthoofden

Deze regeling zal met bijbehorende toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Afschriften van deze regeling worden verzonden volgens bijgevoegde verzendlijst.

's-Gravenhage
De Secretaris-Generaal,M.Patijn