Instelling tijdelijke commissie informatievoorziening in het deelgebied welzijn

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
overwegende dat de minister, voornoemd, in artikel 6, tweede lid, van het Besluit informatievoorziening in de rijksdienst 1990 (Stcrt. 1991, 20), is aangewezen als coördinerend bewindspersoon voor de informatievoorziening op het deelgebied welzijn;
overwegende dat over dit onderwerp een convenant tot stand is gekomen waaraan deelnemen het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Inter-Provinciaal Overleg, het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, het Sociaal en Cultureel Planbureau, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Ondernemingen in de Gepremieerde en Gesubsidieerde sector;
overwegende dat dit convenant mede namens de minister, voornoemd, op 17 december 1991 is ondertekend;

Besluit:

1

Begripsomschrijving

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

b.
welzijnsinformatievoorziening:

de informatievoorziening op het deelgebied welzijn;

c.
de commissie:

de tijdelijke Commissie voor de welzijnsinformatievoorziening, bedoeld in artikel 2.

2

Instelling en taak

Artikel

2

Artikel

3

4

Samenstelling van de commissie

Artikel

4

De commissie is als volgt samengesteld:

  • a.

    de voorzitter, tevens lid;

  • b.

    de secretaris, tevens lid;

  • c.

    ten hoogste twee leden die de minister vertegenwoordigen;

  • d.

    ten hoogste twee leden die het Centraal Bureau voor de Statistiek vertegenwoordigen,

  • e.

    ten hoogste twee leden die het Inter-Provinciaal Overleg vertegenwoordigen,

  • f.

    ten hoogste twee leden die het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn vertegenwoordigen,

  • g.

    ten hoogste twee leden die het Sociaal en Cultureel Planbureau vertegenwoordigen,

  • h.

    ten hoogste twee leden die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vertegenwoordigen,

  • i.

    ten hoogste twee leden die de Vereniging van Ondernemingen in de Gepremieerde en Gesubsidieerde sector vertegenwoordigen,

  • j.

    één lid dat de Minister van Binnenlandse Zaken vertegenwoordigt.

Artikel

5

5

Inrichting en werkwijze van de commissie

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De commissie is, ter voorbereiding van de door haar uit te brengen adviezen, bevoegd werkgroepen in te stellen en daarin ook andere personen dan leden te benoemen.

Artikel

9

De commissie brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit aan de minister omtrent de in het daaraan voorafgaande kalenderjaar door de commissie verrichte werkzaamheden.

Artikel

10

De voorzitter ontvangt een vacatiegeld en een vergoeding van reiskosten overeenkomstig de ter zake geldende rijksregelingen.

6

Secretariaat

Artikel

11

Artikel

12

7

Slotbepalingen

Artikel

13

Binnen de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, evalueert de commissie haar taakvervulling en kan zij bij de minister voorstellen doen over het voortbestaan van de commissie en over gewenste veranderingen.

Artikel

14

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel

15

Dit besluit, dat met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van de dag na die van de dagtekening in de Staatscourant en werkt terug tot en met 17 december 1991.

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. d'Ancona