Wet van 26 maart 1992, tot wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet met betrekking tot tijd doorgebracht in de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië dan wel in de Republiek Indonesië (Verbeterblad)

Wijzigingswet Algemene burgerlijke pensioenwet met betrekking tot tijd doorgebracht in de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië dan wel in de Republiek Indonesië

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge de Algemene burgerlijke pensioenwet tijd doorgebracht in dienst van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië dan wel de Republiek Indonesië in aansluiting op tijd doorgebracht in dienst van het gouvernement van het voormalig Nederlands-Indië voor de soevereiniteitsoverdracht bij de berekening van pensioenen niet meetelt als diensttijd en dat het wenselijk is in een dergelijke regeling te voorzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Artikel

III

Herberekening van een pensioen krachtens deze wet leidt niet tot verlaging van dat pensioen, met dien verstande, dat indien de belanghebbende twee of meer pensioenen ontvangt, de herberekening niet leidt tot een verlaging van het gezamenlijke bedrag van die pensioenen.

Artikel

IV

Het bestuur is bevoegd:

  • a.

    in gevallen waarin deze regeling tot naar zijn oordeel onbedoelde uitkomsten leidt, ten gunste van de belanghebbende een beslissing te nemen die overeenkomt met de strekking van de regeling;

  • b.

    tevens als diensttijd in aanmerking te nemen de in het eerste lid van artikel I bedoelde tijd, doch gelegen na 1 januari 1953, voor zover de belanghebbende naar het oordeel van het bestuur aannemelijk heeft gemaakt dat hij na die datum op uitdrukkelijk verzoek van de Nederlandse overheid in dienst van de Republiek Indonesië is gebleven.

Artikel

V

De artikelen II, III en IV van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op de gepensioneerde deelgenoot in de zin van de Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541), met dien verstande dat in de plaats van "het bestuur" wordt gelezen: de directie van het Spoorwegpensioenfonds en dat in de plaats van "het Algemeen burgerlijk pensioenfonds" wordt gelezen: het Spoorwegpensioenfonds.

Artikel

VI

Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1966.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin