Besluit van 9 april 1992, houdende wijziging van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en een aantal andere regelingen in verband met de rechtspositionele erkenning van andere relatievormen dan het huwelijk

Wijzigingsbesluit Algemeen Rijksambtenarenreglement in verband met de rechtspositionele erkenning van andere relatievormen dan het huwelijk

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 13 mei 1991, nr. AB91/10/U2, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Algemene Arbeidsvoorwaarden en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 125, eerste lid, en 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530);
De Raad van State gehoord (advies van 6 november 1991, nr. W04.91.0251);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 27 maart 1992, nr. AB91/810, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsverhoudingen en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

X

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XIII

De ongehuwde ambtenaar of werknemer in de zin van het Arbeidsovereenkomstenbesluit die vóór 1 november 1990 reeds aanspraken kon geldend maken op basis van de circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken van 10 december 1986, nr. AB86/U1852 (Stcrt. 1987, 2), betreffende de rechtspositionele erkenning van andere relatievormen dan het huwelijk, behoudt deze aanspraken tot en met 31 oktober 1992, zonder dat behoeft te worden aangetoond dat de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van de samenwoning en de gemeenschappelijke huishouding met zijn levenspartner zijn vastgelegd in een notarieel verleden samenlevingscontract.

Artikel

XV

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin