Wet van 15 april 1992, tot wijziging van de Wet op de Open Universiteit met betrekking tot de bestuursorganisatie

Wijzigingswet Wet op de Open Universiteit

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat enkele knelpunten in de bestuursorganisatie van de Open Universiteit worden weggenomen en dat het in verband daarmee wenselijk is de Wet op de Open Universiteit te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Besluiten genomen door organen die daartoe ingevolge de Wet op de Open Universiteit zoals deze luidde voor inwerkingtreding van deze wet bevoegd waren, gelden als besluiten genomen door organen die daartoe ingevolge de Wet op de Open Universiteit, zoals gewijzigd door deze wet bevoegd zijn.

Artikel

III

Artikel

IV

Binnen drie maanden nadat overeenkomstig artikel III, tweede lid, het bestuursreglement tot stand is gekomen stelt het college van bestuur, bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Open Universiteit, het beheersreglement, bedoeld in artikel 33 van de Wet op de Open Universiteit, vast. Indien binnen deze termijn het beheersreglement niet of niet volledig is vastgesteld, kan de bestuursraad het reglement of het ontbrekende gedeelte daarvan vaststellen.

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel

VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman
De Minister van Justitie a.i., C. I. Dales