Reglement rechtstoestand tewerkgestelden

De Minister van Sociale Zaken Werkgelegenheid;
Overwegende, dat het wenselijk is de rechtspositie van tewerkgestelde erkende gewetensbezwaarden op onderdelen meer in evenwicht te brengen met de ter zake geldende regelen voor dienstplichtige militairen en deze rechtspositie meer te doen aansluiten op de feitelijke omstandigheden waaronder de tewerkstelling plaatsvindt;
Overwegende, dat daartoe de Beschikking gewetensbezwaren militaire dienst (Besluit van de minister van Sociale Zaken van 8 februari 1978, Stcrt. 381Laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 18 december 1991, Stcrt. 248) dient te worden ingetrokken en een nieuwe regeling dient te worden vastgesteld;
Gelet op artikel 59 van het Besluit gewetensbezwaren militaire dienst (Stb. 1980, 5)2Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 21 juni 1991, Stb. 295;

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene Bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
‘de wet’:
b.
‘het besluit’:
c.
‘de minister’:

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

d.
‘de Directie TEGMD’:

de Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

e.
‘de tewerkgestelde’:

de tewerkgestelde in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet;

f.
‘de dienst’:

de overheidsdienst dan wel de instelling, waarbij de tewerkstelling plaatsvindt;

g.
‘werkelijke militaire dienst’:

werkelijke dienst verricht als militair, waaronder begrepen justitieel voorlopig arrest ondergaan in afwachting van een beslissing op een beroep op de wet;

h.
‘tewerkstelling’:

de gewone vervangende dienst in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet;

i.
‘levenspartner’:
  • 1.

    de echtgenote;

  • 2.

    de persoon met wie de niet-gehuwde tewerkgestelde als levenspartner op één adres samenwoont en aldaar een gezamenlijke huishouding voert; ten bewijze waarvan aan de Directie TEGMD zijn overgelegd:

    • een door de tewerkgestelde en zijn levenspartner ondertekende verklaring, ingericht overeenkomstig de bijlage bij deze regeling;

    • een bewijsstuk van het bestaan van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende een regeling van wederzijdse rechten en plichten;

    • een uittreksel uit het bevolkingsregister van de tewerkgestelde en zijn levenspartner van gelijke datum;

j.
‘werknemer’:

de krachtens ambtelijke aanstelling dan wel arbeidsovereenkomst werkzame persoon.

Artikel

2

Administratieve gegevens

De tewerkgestelde is verplicht aan de Directie TEGMD zo spoedig mogelijk, schriftelijk en met vermelding van datum van ingang, opgave te doen van wijziging van:

  • a.

    zijn burgerlijke status;

  • b.

    zijn woonadres;

  • c.

    zijn gezinssamenstelling, zo hij een levenspartner heeft;

  • d.

    de naam en het woonadres van de door hem opgegeven persoonlijke relatie.

Artikel

3

Plaats van tewerkstelling

De tewerkstelling vindt in Nederland plaats. Op verzoek van het hoofd van dienst kan de minister toestaan, dat de tewerkgestelde voor ten hoogste 4 weken werkzaamheden, die deel uitmaken van de tewerkstelling, verricht op de Nederlandse Antillen of Aruba dan wel anderszins buiten Nederland, doch binnen Europa. Onder werkzaamheden wordt mede begrepen de heen- en terugreis tussen Nederland en het desbetreffende land.

Artikel

4

Aanvullende werking voorschriften voor werknemers

De voorschriften, die bij de dienst voor werknemers bestaan, gelden, voor zover zij niet in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens de wet, ook voor de tewerkgestelde.

Hoofdstuk

2

Voorzieningen uit hoofde van de tewerkstelling

Paragraaf

1

Zakgeld en vakantie-uitkering

Artikel

5

Zakgeld

Artikel

6

Vakantie-uitkering

Paragraaf

2

Huisvesting en voeding van rijkswege

Artikel

7

Paragraaf

3

Voorzieningen in verband met de gezondheidszorg

Artikel

8

Vergoeding kosten gebitssanering

Artikel

9

Tegemoetkoming in bijzondere ziektekosten

Paragraaf

4

Defensiekaart openbaar vervoer

Artikel

10

Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a.
DOV-kaart:

Defensiekaart openbaar vervoer;

b.
kosten voor het reizen:

de werkelijk gemaakte kosten voor het reizen met een openbaar middel van vervoer, op de minst kostbare wijze.

Artikel

11

Verstrekking DOV-kaart/legitimatiebewijs

Artikel

12

Buiten-toepassingverklaring reiskostenvergoedingen

Ten aanzien van de tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart, blijft, tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, het bepaalde in paragraaf 5 buiten toepassing.

Artikel

13

Reikwijdte DOV-kaart

Artikel

14

Kosten overvaart

Artikel

15

Kosten reizen buiten Nederland

Artikel

16

Verminking vermissing DOV-kaart c.q. legitimatiebewijs na uitreiking

Artikel

17

Inname DOV-kaart

Artikel

18

Aanvullende voorzieningen

Artikel

19

(Voorshands) ongeoorloofde afwezigheid

Artikel

20

Inlevering DOV-kaart bij voortijdige beëindiging tewerkstelling

Artikel

21

Verstrekking (nieuwe) DOV-kaart bij tussentijds uitstel, etc.

Artikel

22

Verstrekking (nieuwe) DOV-kaart bij verlenging van de tewerkstelling

Indien de tewerkgestelde, die in het bezit is gesteld van een DOV-kaart, na het verstrijken van de op de DOV-kaart vermelde uiterste datum, nog gewone vervangende dienst moet verrichten ingevolge het bepaalde in artikel 25, onder a en/of 31, eerste lid, onder c, van de wet, wordt hij in het bezit gesteld van een nieuwe DOV-kaart. Verstrekking van een nieuwe DOV-kaart blijft echter achterwege, indien de duur van de dan nog te verrichten gewone vervangende dienst minder dan 30 dagen bedraagt. Alsdan is het bepaalde in het tweede lid van artikel 21 van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf

5

Reiskostenvergoedingen

Artikel

23

Algemene bepaling

Artikel

24

Vergoeding reiskosten woon-werkverkeer

Artikel

25

Vergoeding reiskosten gezinsbezoek bezoek eigen huishouding

Artikel

26

Vergoeding reiskosten in verband met bepaalde persoonlijke of familieomstandigheden c.q. bepaalde dienstreizen

Artikel

27

Vergoeding reiskosten in overige gevallen

De minister kan in zeer bijzondere gevallen aan de tewerkgestelde ook buiten de in deze paragraaf genoemde gevallen een vergoeding van reiskosten toekennen.

Paragraaf

6

Tegemoetkoming in bepaalde kosten

Artikel

28

Tegemoetkoming in kosten bezinningsbijeenkomsten

Artikel

29

Tegemoetkoming in studiekosten

Paragraaf

7

Declaraties en voorschotten

Artikel

30

Declaraties

Artikel

31

Voorschotten

Hoofdstuk

3

Werk- en rusttijden en compensatie extra beslaglegging

Paragraaf

1

Arbeidsduur en werk- en rusttijden

Artikel

32

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a.
‘arbeidsuur’:

een klokuur gedurende welke de tewerkgestelde de aan hem door het hoofd van dienst opgedragen werkzaamheden verricht;

b.
‘arbeidsduur’:

het totaal aantal arbeidsuren per dag of per week;

c.
‘pauze’:

een toegestane onderbreking van de werkzaamheden van 15 minuten of langer;

d.
‘overwerk’:

het verrichten van door het hoofd van dienst opgedragen werkzaamheden boven de voor een dag gebruikelijke arbeidsduur, dan wel op een dag waarop de tewerkgestelde normaliter geen werkzaamheden behoeft te verrichten;

e.
‘onregelmatige diensten’:

het verrichten van werkzaamheden volgens dienstrooster als gevolg waarvan de tewerkgestelde op wisselende tijdstippen de dagelijkse dienst aanvangt en/of beëindigt;

f.
‘buiten de normale werktijd vallende arbeidsuren’:

de arbeidsuren buiten die op maandag tot en met vrijdag van 7.00 uur tot 18.00 uur.

Artikel

33

Arbeidsduur

De arbeidsduur per week is voor de tewerkgestelde gelijk aan de arbeidsduur die gebruikelijk is voor de werknemer die bij de dienst een voltijdfunctie vervult. Indien bij de dienst de gebruikelijke arbeidsduur voor een voltijdfunctie niet kan worden bepaald, geldt voor de tewerkgestelde een arbeidsduur van gemiddeld ten hoogste 38 arbeidsuren per week.

Artikel

34

Werk- en rusttijden

Paragraaf

2

Compensatie extra beslaglegging

Artikel

35

Compensatie voor overwerk

Artikel

36

Compensatie voor onregelmatige diensten

Hoofdstuk

4

Verlof

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

37

Paragraaf

2

Vakantieverlof

Artikel

38

Paragraaf

3

Buitengewoon verlof

Artikel

39

Buitengewoon verlof in verband met familie- of persoonlijke omstandigheden

Aan de tewerkgestelde wordt, op verzoek, buitengewoon verlof verleend in de volgende gevallen:

  • a.

    voor het uitoefenen van het kiesrecht, tenzij hij daaraan op zodanige wijze uitvoering kan geven dat het verlenen van verlof niet noodzakelijk is;

  • b.

    tot het voldoen aan een wettelijke verplichting, tenzij hij daaraan op zodanige wijze uitvoering kan geven dat het verlenen van verlof niet noodzakelijk is. Geen verlof wordt verleend, indien de wettelijke verplichting het gevolg is van zijn eigen schuld of toedoen;

  • c.

    bij zijn ondertrouw: voor één dag, uitsluitend op de dag zelf;

  • d.

    bij zijn huwelijk dan wel de door hem te sluiten notariële samenlevingsovereenkomst: voor ten hoogste 4 dagen;

  • e.

    bij het huwelijk van bloedverwanten in de eerste en tweede graad van hemzelf of van zijn levenspartner, dan wel van zijn stief- of pleegouders, stief- of pleegkinderen, pleegbroers of pleegzusters: voor één dag, indien het huwelijk wordt voltrokken in de gemeente waar hij in de regel de tewerkstelling verricht, en voor ten hoogste 2 dagen, indien het huwelijk buiten die gemeente wordt voltrokken;

  • f.

    tot het bijwonen van het vijfentwintig-, het veertig-, het vijftig-, en het zestigjarig huwelijksjubileum van ouders, stief- of pleegouders dan wel grootouders van hemzelf of van zijn levenspartner: voor één dag, uitsluitend op de dag zelf;

  • g.

    bij ernstige ziekte van zijn levenspartner of verloofde, dan wel van ouders, stief- of pleegouders, kinderen, stief- of pleegkinderen van hemzelf of van zijn levenspartner, dan wel van zijn broers of zusters, stief- of pleegbroers, stief- of pleegzusters, voorzolang er direct levensgevaar bestaat;

  • h.

    bij overlijden van zijn levenspartner, dan wel van ouders of kinderen als bedoeld onder g.: vanaf het overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie;

  • i.

    bij overlijden van:

    • 1e.

      bloed- en aanverwanten in de tweede graad van hemzelf of van zijn levenspartner, dan wel van zijn pleegbroers, of pleegzusters of verloofde: voor ten hoogste twee dagen, en

    • 2e.

      bloedverwanten in de derde en vierde graad van hemzelf of van zijn levenspartner: voor één dag; met dien verstande dat, indien de tewerkgestelde is belast met de regeling van de begrafenis of crematie of van de nalatenschap, dan wel van beide, het verlof voor ten hoogste 4 dagen kan worden verleend;

  • j.

    bij de bevalling van zijn levenspartner: voor 2 dagen;

  • k.

    tot het bijwonen van het vijfentwintig- of veertigjarig ambtsjubileum van één van zijn ouders, stief- of pleegouders voor één dag, uitsluitend op de dag zelf;

  • l.

    bij de doop, de besnijdenis, de kerkelijke bevestiging of de eerste heilige communie van de tewerkgestelde of van zijn levenspartner, dan wel van kinderen, stief- of pleegkinderen van hemzelf of van zijn levenspartner bij de doop van kinderen alleen indien deze niet plaats heeft tijdens het verlof bedoeld onder j.: voor één dag, uitsluitend op de dag zelf;

  • m.

    tot het afleggen van een examen of tentamen, voor zover zulks van belang is voor het beroep of bedrijf dat de tewerkgestelde voornemens is na volbrenging van de tewerkstelling uit te oefenen: op de dag of de dagen waarop het examen of tentamen moet worden afgelegd, en de onmiddellijk daaraan voorafgaande dag;

  • n.

    voor het ondergaan van een onderzoek ten behoeve van een beroepskeuze-of studiekeuze-advies: eenmaal gedurende de tewerkstelling voor de tijd nodig voor het onderzoek;

  • o.

    voor het afleggen van bezoeken of het voldoen aan oproepingen in verband met het zoeken van een werkkring of met emigratie, dan wel voor het bijwonen van voorlichtingsdagen van instellingen voor onderwijs: voor ten hoogste 4 dagen gedurende de tewerkstelling;

  • p.

    tot het verkrijgen van woonruimte: eenmaal gedurende de tewerkstelling, voor ten hoogste 2 dagen;

  • q.

    bij verhuizing: eenmaal gedurende de tewerkstelling mits hij een eigen huishouding voert als bedoeld in artikel 25, eerste lid, voor ten hoogste 2 dagen.

Artikel

40

Buitengewoon verlof in verband met adoptie

Artikel

41

Buitengewoon verlof in verband met optreden als verzorger

Artikel

42

Buitengewoon verlof in verband met politieke nevenwerkzaamheden

Artikel

43

Buitengewoon verlof in verband met jeugd- en jongerenwerk

Artikel

44

Buitengewoon verlof in verband met deelname aan bezinningsbijeenkomsten

Artikel

45

Buitengewoon verlof in verband met het behartigen van zaken

Artikel

46

Buitengewoon verlof in verband met oogstwerkzaamheden

Artikel

47

Buitengewoon verlof in overige gevallen

De minister kan in zeer bijzondere gevallen aan de tewerkgestelde ook buiten de in deze paragraaf genoemde gevallen buitengewoon verlof verlenen. Alsdan bepaalt hij tevens of het verlof al of niet buiten bezwaar van 's rijks schatkist zal worden verleend.

Hoofdstuk

5

Afwezigheid uit de tewerkstelling

Artikel

48

Algemene bepaling

Artikel

49

Afwezigheid in verband met ziekte

Artikel

50

Afwezigheid anders dan wegens ziekte

Hoofdstuk

6

Bijzondere voorzieningen bij ziekte, ongeval en overlijden

Paragraaf

1

Tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten van naaste betrekkingen in geval van ziekte of overlijden van de tewerkgestelde

Artikel

51

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

a.
‘betrekkingen van de tewerkgestelde’:
  • 1.

    levenspartner, verloofde, voogd(en), alsmede kinderen, stief- of pleegkinderen, ouders, stief- of pleegouders van hemzelf en van zijn levenspartner, zijn broers en zusters, stiefbroers en -zusters en pleegbroers en -zusters;

  • 2.

    indien de hiervoor genoemde betrekkingen ontbreken, het naaste familielid.

b.
‘buurland’:

België, Luxemburg, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

Artikel

52

Tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten bij ziekte tewerkgestelde

Artikel

53

Tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten bij overlijden tewerkgestelde

Paragraaf

2

Uitkeringen ter zake van derving van inkomsten uit arbeid en bij overlijden

Artikel

54

Uitkering ter zake van derving van inkomsten uit arbeid

Artikel

55

Uitkering bij overlijden tewerkgestelde

Artikel

56

Uitkering bij overlijden gewezen tewerkgestelde

Artikel

7

Hoofdstuk 7 Andere rechten en verplichtingen

Paragraaf

1

Detachering, indeling in een andere functie en overplaatsing

Artikel

57

Detachering, indeling in een andere functie en overplaatsing binnen de dienst

Het hoofd van dienst kan de tewerkgestelde niet detacheren, indelen in een andere functie bij hetzelfde onderdeel van de dienst, of overplaatsen naar een ander onderdeel van de dienst, al dan niet in dezelfde functie, dan na overleg met de tewerkgestelde en met instemming van de minister.

Paragraaf

2

Beëindiging van de tewerkstelling door het hoofd van dienst

Artikel

58

Algemeen

De tewerkstelling van een tewerkgestelde bij een dienst kan door het hoofd van dienst slechts worden beëindigd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 59 tot en met 61.

Artikel

59

Beëindiging tewerkstelling algemeen

Artikel

60

Beëindiging tewerkstelling binnen twee maanden na aanvang

Artikel

61

Beëindiging tewerkstelling wegens dringende redenen

Artikel 60 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beëindiging van de tewerkstelling op grond van dringende redenen.

Paragraaf

3

Maatregelen bij ongeval

Artikel

62

Paragraaf

4

Beloningen en getuigschrift

Artikel

63

Beloningen

Artikel

64

Getuigschrift

Paragraaf

5

Klachtrecht

Artikel

65

Hoofdstuk

8

Groot verlof

Artikel

66

De tewerkgestelde aan wie groot verlof wordt verleend, wordt in het bezit gesteld van een groot verlofbewijs. Dit groot verlofbewijs vermeldt de datum waarop het groot verlof ingaat, de reden waarom het is verleend, alsmede, indien dat mogelijk is, het tijdstip waarop het groot verlof eindigt.

Hoofdstuk

9

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

67

Intrekkingsbepaling

Artikel

68

Overgangsbepaling

Artikel

69

Datum inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin zij met de daarbij behorende toelichting wordt geplaatst.

Artikel

70

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Reglement rechtstoestand tewerkgestelden’.

's-Gravenhage
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. deVries

Bijlage

bij ministeriële regeling, nr. TEGMD/92/0057, 27 april 1992

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Directie Tewerkstelling Erkende

Gewetensbezwaarden Militaire Dienst

Verklaring omtrent het bestaan van een relatie

1. Ondergetekende

Naam:

Voornamen:

Registratienummer:

Tewerkstelling bij:

Sedert:

Woonplaats:

Handtekening

verklaart

  • a.

    dat hij met zijn levenspartner met ingang van … samenwoont op bovenstaand adres;

  • b.

    dat hij beëindiging van zijn samenwoningsrelatie met medeondergetekende terstond schriftelijk ter kennis zal brengen aan Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst;

  • c.

    dat hij ook andere in dit kader van belang zijnde wijzigingen schriftelijk aan de Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst ter kennis zal brengen.

2. Mede-ondergetekende

Naam:

Voornamen:

Geboortedatum:

bevestigt dat de ondergetekende zijn/haar levenspartner is.

Handtekening

Aantekening van de Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst

Verklaring ontvangen op:

Handtekening:

Naam:

Functie:

N.B.

  • 1.

    Voor de toepassing van deze verklaring wordt onder levenspartner niet verstaan de echtgenote.

  • 2.

    Voor de tewerkgestelde kan tegelijkertijd slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt.

  • 3.

    Deze verklaring is uitsluitend bestemd voor de toepassing van rechtspositionele regelingen.

  • 4.

    Deze verklaring dient in tweevoud te worden opgemaakt. Het le ex, is bestemd voor Directie Tewerkstelling Erkende Gewetensbezwaarden Militaire Dienst. Het 2e ex, is bestemd voor de tewerkgestelde.