Artikel
1
houder van een vergunning voor binnenlands beroepsvervoer, de houder van een vergunning voor grensoverschrijdend beroepsvervoer en de houder van een toestemmingsbewijs als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet, zijn verplicht aan de NIWO jaarlijks over een of meerdere door de NIWO en het Centraal Bureau voor de Statistiek nader vast te stellen tijdvakken en uiterlijk binnen twee weken na afloop daarvan een opgave te verstrekken van ten minste:
-
a.
de gebezigde voertuigen;
-
b.
het aantal beladen en onbeladen gereden kilometers;
-
c.
de plaatsen van lading en lossing, waarbij in geval van grensoverschrijdend beroepsvervoer tevens de landscode dient te worden aangegeven;
-
d.
de afstand tussen de plaats van lading en de plaats van lossing;
-
e.
het gewicht van de vervoerde goederen;
-
f.
het ingezette laadvermogen;
-
g.
het soort der vervoerde goederen;
-
h.
de verschijningsvorm van de goederen;
-
i.
in geval van vervoer van gevaarlijke stoffen het VN-nummer op de oranje identificatieborden of klasse en cijferaanduiding van de vervoerde stof;
-
j.
de vrachtopbrengsten.