Besluit van 15 mei 1992, houdende vergoeding voor ministers en staatssecretarissen voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden

Besluit vergoeding ministers en staatssecretarissen kosten vervulling ambt

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 17 december 1991, nr. CW91/U843;
De Raad van State gehoord (advies van 24 april 1992, nr. W04.91.0713);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 6 mei 1992, nr. CW92/U408;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

2a

De ministers en staatssecretarissen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten van het gebruik van een dienstauto. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule

M = CAT x P % x T % x 100/ (100-T)

 12

waarin:

M is het bedrag van de vergoeding,

CAT is de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van de omzetbelasting en vermeerderd met de belasting van personenauto's en motorrijwielen,

P % is het met betrekking tot de minister of de staatssecretaris op de voet van artikel 42, derde en vierde lid, van de Wet inkomstenbelasting 1964 toegepaste percentage,

T % is het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 53a, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 opgenomen percentages.

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin