Vrijstellingsregeling Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro

De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën;
Gelet op artikel 9 van de Sanctiewet 1977 (Stb. 1980, 93);
Gelet op de artikelen 1 tot en met 4 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro;

Besluiten:

Artikel

1

Van het bepaalde in de artikelen 1 en 4 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro wordt vrijstelling verleend voorzover het betreft de opname of de betaling ten laste van een geldrekening ten name van een natuurlijk persoon van bedragen tot een maximum van vijfentwintigduizend gulden of de tegenwaarde daarvan in vreemde valuta.

Artikel

2

Van het bepaalde in de artikelen 1 en 4 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro wordt vrijstelling verleend voorzover het betreft de betaling van salarissen aan natuurlijke personen ter zake van de arbeidsverhouding van deze personen met een in Nederland gevestigde onderneming of instelling alsmede voorzover het betreft de betaling van pensioenen aan natuurlijke personen in verband met een gewezen arbeidsverhouding van deze personen met een in Nederland gevestigde onderneming of instelling en voorts voorzover het betreft de betaling van belastingen en van premies ingevolge de sociale verzekeringswetgeving ter zake van deze salarissen en pensioenen.

Artikel

3

Van het bepaalde in de artikelen 1 en 4 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro wordt vrijstelling verleend voorzover het betreft betaling aan crediteuren, al dan niet onder geconfirmeerde of ongeconfirmeerde accreditieven van herroepelijke dan wel onherroepelijke aard, ter zake van de levering van goederen of diensten die heeft plaatsgehad voor de inwerkingtreding van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro.

Artikel

4

Van het bepaalde in artikel 4 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro wordt vrijstelling verleend voorzover het betreft de medewerking aan handelingen waarvoor ontheffing is verleend van het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro.

Artikel

5

Van het bepaalde in de artikelen 1, 2, 3 en 4 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro wordt vrijstelling verleend voor de in die artikelen omschreven handelingen voorzover deze in direct verband staan met handelingen waarvoor door of namens de terzake bevoegde Ministers ontheffing is verleend van het bepaalde in de Sanctiebeschikking Servië en Montenegro 1992, mits aan alle ter zake geldende eisen, voortvloeiende zowel uit internationale regelingen als uit de Sanctiewet 1977, is voldaan.

Artikel

6

Van het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4 van de Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro wordt vrijstelling verleend voorzover het betreft betalingen of het ter beschikking stellen van kapitaal of andere financiële middelen aan de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Belgrado voor zover deze handelingen strekken ten behoeve van de werkzaamheden van de ambassade.

Artikel

7

Artikel

8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 18 juni 1992.

Artikel

9

Deze regeling, die in de Staatscourant wordt geplaatst, kan worden aangehaald als: Vrijstellingsregeling Sanctiebeschikking betalingsverkeer en financiële dienstenverkeer Servië en Montenegro.

De Minister van Buitenlandse Zaken, H. van denBroek
De Minister van Financiën, W.Kok