Artikel
1
Deze regeling is van toepassing op woningen en bijzondere woongebouwen waarvoor nog geldende jaarlijkse bijdragen op grond van de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1948 (Stcrt. 1948, 126), de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950 (Stcrt. 35) de Beschikking bijdragen woningwetbouw 1950 (Stcrt. 135) , de Beschikking verminderde bijdragen woningwetbouw 1950–1 (Stcrt. 135), de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen (Stcrt. 1965, 253), de Beschikking geldelijke steun particuliere huurwoningen 1968 (Stcrt. 1967, 253), de Beschikking geldelijke steun toegelaten instellingen 1968 (Stcrt. 1967, 253), de circulaire MG 74 40 van 20 december 1974 (Stcrt. 253) inzake geldelijke steun uit 's rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten, in samenhang met de circulaire MG 73 24 van 28 december 1973 (Stcrt. 1974, nr. 2) inzake hetzelfde onderwerp, de Beschikking geldelijke steun huurwoningen 1975 (Stcrt. 1986, 251), de circulaire MG 81 13 van 1 april 1981 inzake geldelijke steun uit 's rijks kas op voet van de Woningwet voor het verbeteren van complexen woningen van toegelaten instellingen en gemeenten (Stcrt. 65), de Regeling geldelijke steun huurwoningen in proefgemeenten normkostensysteem 1986 (Stcrt. 251), de Regeling geldelijke steun huurwoningen normkostensysteem 1988 (Stcrt. 1990, 193) of de Regeling geldelijke steun overgedragen studentenwoningen (Stcrt. 1990, 195) zijn verstrekt.