Wet van 24 juni 1992, houdende wijziging van de Wet op de Bedrijfsorganisatie

Wijzigingswet Wet op de Bedrijfsorganisatie

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de positie van de publiekrechtelijke bedrijfslichamen ten opzichte van de overheid te verzelfstandigen, alsmede in de Wet op de Bedrijfsorganisatie enkele andere wijzigingen aan te brengen waaraan behoefte gebleken is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

X

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XIV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

XV

Artikel

XVI

Artikel

XVII

Zolang op een wet of een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel XV onder A niet het onder B van dat artikel gestelde van toepassing is geworden is op het lichaam dat daarbij is ingesteld de Wet op de Bedrijfsorganisatie van toepassing zoals deze voor de inwerkingtreding van deze wet laatstelijk luidt.

Artikel

XVIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. de Vries
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman
De Minister van Economische Zaken, J. E. Andriessen
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin