Wet van 1 juli 1992, houdende wijziging van de Overgangswet WBO in verband met de verlenging tot 1 augustus 1996 van de verplichting om één onderwijsgevende met een kleuteronderwijsbevoegdheid aan de school verbonden te hebben

Wijzigingswet Overgangswet WBO

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is in de Overgangswet WBO de verplichting om één onderwijsgevende met een kleuteronderwijsbevoegdheid aan de school verbonden te hebben, te verlengen tot 1 augustus 1996;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

In afwijking van artikel E 14, vierde lid, tweede volzin, van de Overgangswet WBO zoals gewijzigd door deze wet, is de daar bedoelde verplichting eveneens niet van toepassing voor de gevallen waarin op grond van het vierde lid, tweede volzin, van dat artikel, zoals luidend op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze wet ontheffing is verleend.

Artikel

III

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1992.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, J. Wallage
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin