Wet van 1 juli 1992, houdende wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs en de Wet op het hoger beroepsonderwijs, in verband met verhoging van het collegegeld voor deeltijdstudenten en het examengeld voor extraneï

Wijzigingswet Wet op het wetenschappelijk onderwijs (verhoging collegegeld)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, gelet op de beperkte overheidsmiddelen voor het onderwijs, noodzakelijk is een hogere bijdrage van de deelnemers aan het onderwijs te vragen;
dat in verband hiermee wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Stb. 1986, 414) en de Wet op het hoger beroepsonderwijs (Stb. 1986, 289) noodzakelijk is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Artikel

IV

Artikel

V

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1992 voor wat betreft het hoger beroepsonderwijs en met ingang van 1 september 1992 voor wat betreft het wetenschappelijk onderwijs.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin