Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze wordt verstaan onder:
-
a.
de scholen voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1986, 256);
-
b.
de scholen voor speciaal onderwijs, de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs en de scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 1987, 614);
-
c.
de scholen voor voortgezet onderwijs in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1986, 552) met uitzondering van de scholen voor middelbaar beroepsonderwijs en scholengemeenschappen voor middelbaar beroepsonderwijs, waarvan deel uitmaken een dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving en een school voor voorbereidend beroepsonderwijs met uitsluitend een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving of een afdeling levensmiddelentechnologie;
de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland en Noord-Holland, de gemeenten Hattem en Loosdrecht;
de provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland, met uitzondering van het gedeelte van Zuid-Holland dat bij regio zuid is ingedeeld;
de provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeland, de gemeenten Graafstroom, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, Nieuwerkerk aan den IJssel, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Nederlek, Nieuw-Lekkerland, Alblasserdam, Papendrecht, Sliedrecht, Dordrecht, Hedel, Ammerzoden en Maasdriel, alsmede de Zuidhollandse eilanden.