Instelling begeleidingscommissie Onderzoek Indische na-oorlogse generatie

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Gelet op de opdracht van 30 maart 1992, kenmerk DVVB/BIZ/U-92613, aan het Instituut voor Psychotrauma te Utrecht betreffende het onderzoek naar de achtergrond, aard en omvang van de problematiek van de Indische na-oorlogse generatie;

Besluit:

Artikel

1

Er is een begeleidingscommissie Onderzoek Indische Na-oorlogse Generatie.

Artikel

2

De taken van de begeleidingscommissie bestaan uit:

  • het bewaken van de uitvoering van het onderzoek conform het onderzoeksvoorstel van het Instituut voor Psychotrauma;

  • het geven van een oordeel over tussentijdse en eindrapportages van het onderzoeksproject;

  • het adviseren van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur over te nemen beslissingen ten aanzien van eventuele verzoeken van het Instituut voor Psychotrauma die tot overschrijdingen van de gestelde termijnen of de begroting en eventuele inhoudelijke afwijkingen van het onderzoeksvoorstel zouden kunnen leiden.

Artikel

3

Artikel

4

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden geschiedt men inachtneming van de bepaling van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de begeleidingscommissie opgeborgen in het archief van de Directie Verzetsdeelnemers, Vervolgden en Burger-oorlogsgetroffenen van dat ministerie.

Artikel

5

Dit besluit, waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 1992.

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. d'Ancona