Besluit van 4 december 1992, houdende regelen omtrent vergoedingen voor de luchtverkeersbeveiliging

Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 13 mei 1992, nr. JBZ/L92.004496, Rijksluchtvaartdienst, gedaan mede namens Onze Minister van Financiën;
De Raad van State gehoord (advies van 28 juli 1992, nr. W09.92.0216);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, mede namens Onze Minister van Financiën, van 26 november 1992, nr. JBZ/L92.008552, Rijksluchtvaartdienst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet Luchtverkeer;

  • b.

    havengeldregeling: een door de exploitant van een luchtvaartterrein vastgestelde regeling met betrekking tot de tarieven, verschuldigd voor het gebruik dat door luchtvaartuigen wordt gemaakt van het luchtvaartterrein, voor zover die tarieven zijn goedgekeurd ingevolge artikel 36, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);

  • c.

    gebruiker: de exploitant van een luchtvaartuig in de zin van de artikelen 9 en 10 van de op 12 februari 1981 te Brussel gesloten Multilaterale Overeenkomst betreffende "en-route"-heffingen (Trb. 1981, 181);

  • d.

    Gezamenlijk Noordzee Flight Information Center Area (GENOFIC AREA): het gebied, zoals gedefinieerd in de door de LVNL uitgegeven luchtvaartgids, volume 1, hoofdstuk RAC 1. Van wijzigingen in dit gebied wordt mededeling gedaan in de Staatscourant;

  • e.

    Gezamenlijk Noordzee Flight Information Center (GENOFIC): gezamenlijk burger/militair vluchtinformatiecentrum, dat luchtverkeersdienstverlening geeft aan vluchten die worden uitgevoerd in de GENOFIC AREA;

  • f.

    Maximum Take Off Weight (MTOW): maximum gecertificeerd startgewicht;

  • g.

    Overeenkomstsluitende Staat: een staat die de op 12 februari 1981 te Brussel tot stand gekomen Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen Trb. 1981, 181) is aangegaan;

  • h.

    vluchtinlichtingengebieden: de vluchtinlichtingengebieden vermeld in Bijlage 1 bij de op 12 februari 1981 te Brussel tot stand gekomen Multilaterale Overeenkomst betreffende «en route»-heffingen (Trb. 1981, 181).

Hoofdstuk

II

Vergoeding voor luchtverkeersbeveiliging van "en-route"-luchtverkeer

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De vergoeding wordt voldaan binnen 30 dagen na de door de Eurocontrol-organisatie op de factuur vermelde datum.

Artikel

5

Van de verplichting tot het betalen van de vergoeding zijn de volgende vluchten vrijgesteld:

  • a.

    vluchten die uitsluitend voor het vervoer op officieel werkbezoek van een regerend vorst en zijn of haar naaste familie, een staatshoofd, regeringsleider of minister worden uitgevoerd wanneer dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan;

  • b.

    vluchten ten dienste van douane of politie;

  • c.

    vluchten ten behoeve van opsporings- en reddingswerk;

  • d.

    gemengde VFR/IFR-vluchten waarbij tijdens het gehele "en-route"-gedeelte in het vluchtinformatiegebied Amsterdam uitsluitend de bij of krachtens het Luchtverkeersreglement vastgestelde nadere regels houdende zichtvliegvoorschriften van toepassing zijn;

  • e.

    vluchten die beginnen en eindigen op hetzelfde luchtvaartterrein zonder dat een tussenlanding heeft plaatsgevonden;

  • f.

    vluchten met luchtvaartuigen waarvan de MTOW minder is dan twee ton.

  • g.

    militaire vluchten van enige staat;

  • h.

    vluchten welke uitsluitend worden uitgevoerd met het oog op het verkrijgen of verlengen van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring of van een aantekening voor cockpitpersoneel, indien dit gestaafd is door opname van een aantekening daartoe (status indicator) in het vliegplan en die uitsluitend in het Nederlandse luchtruim worden uitgevoerd en niet dienen voor het vervoer van passagiers of vracht noch voor positiebepaling of transporteren van het luchtvaartuig;

  • i.

    vluchten uitsluitend ter controle of beproeving van de werking van radio-technische en andere installaties ten behoeve van de luchtvaartnavigatie.

Hoofdstuk

III

Vergoeding voor luchtverkeersbeveiliging op of in de nabijheid van een luchtvaartterrein

Artikel

6

Hoofdstuk

IIIA

Vergoedingen voor luchtverkeersdienstverlening aan helicoptervluchten in de GENOFIC AREA

Artikel

6a

Voor een burgerhelicoptervlucht in de GENOFIC AREA is, ongeacht het aantal landingen in de GENOFIC AREA, aan de LVNL een vergoeding verschuldigd als bedoeld in artikel 46 van de wet. De vergoeding is het quotiënt van de geraamde exploitatiekosten van het GENOFIC zoals deze zijn opgenomen in de door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat goedgekeurde begroting van de LVNL, en het aantal voor dat jaar door de LVNL geraamde helicoptervluchten.

Hoofdstuk

IV

Slotbepalingen

Artikel

7

Het Besluit vergoeding plaatselijke luchtverkeersleiding (Stb. 1972, 223) en de Maatregel inzake de inning van vergoedingen voor het gebruik van het luchtruim (Stb. 1971, 809) worden ingetrokken.

Artikel

8

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen 45 en 46 van de wet in werking treden.

Artikel

9

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit vergoedingen luchtverkeersbeveiliging.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Het Oude Loo
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen
De Minister van Financiën, W. Kok
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin