Besluit van 10 december 1992, houdende regelen ter zake van de Raad voor dierenaangelegenheden

Besluit Raad voor dierenaangelegenheden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 12 februari 1992, nr. J. 921117, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
De Raad van State gehoord (advies van 19 mei 1992, nr. W11.92.0075);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 30 november 1992, nr. J. 9211452, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Begripsomschrijving

§

2

Samenstelling

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen ieder drie vertegenwoordigers aanwijzen die bevoegd zijn de vergaderingen van de Raad bij te wonen.

Artikel

5

§

3

Werkwijze

Artikel

6

Artikel

7

De voorzitter stelt de agenda voor de vergadering van de Raad vast.

Artikel

8

De secretaris draagt zorg voor toezending aan de leden en de vertegenwoordigers, bedoeld in artikel 4, van de agenda en de overige vergaderstukken ten minste tien dagen voor de vergadering, met dien verstande dat de voorzitter kan besluiten in dringende gevallen van deze termijn af te wijken.

Artikel

9

De voorzitter van de Raad is bevoegd anderen dan leden van de Raad uit te nodigen aan het overleg over bepaalde vraagstukken deel te nemen.

Artikel

10

De gezichtspunten van de afzonderlijke betrokkenen en organisaties, genoemd in artikel 2, tweede lid, die resulteren uit het in de Raad gevoerde overleg, worden door de Raad schriftelijk opgemaakt en worden door de Raad ter kennis gebracht aan Onze Minister en, voor zover het belang van de volksgezondheid aan de orde is, tevens aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel

11

Artikel

12

De Raad stelt jaarlijks, gehoord de Afdelingen, voor zijn werkzaamheden in het komende begrotingsjaar een ontwerp-begroting op en legt deze voor een door Onze Minister te bepalen datum voor aan Onze Minister.

Artikel

13

De Raad doet jaarlijks aan Onze Minister schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden.

Artikel

14

Vervallen

§

4

De Afdelingen

Artikel

15

Artikel

16

Vervallen

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor de leden van de Raad plaatsvervangers in de Afdelingen benoemen alsmede voor de vertegenwoordigers, bedoeld in artikel 4, plaatsvervangers aanwijzen die bevoegd zijn de vergaderingen van de Afdelingen bij te wonen.

Artikel

21

§

5

Evaluatie

Artikel

22

Telkens binnen een termijn van zes jaren brengt de Raad een rapport uit aan Onze Minister, waarin de taakvervulling van de Raad aan een onderzoek wordt onderworpen.

§

6

Slotbepalingen

Artikel

24

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit Raad voor dierenaangelegenheden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. D. Gabor
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin