Artikel
1
De houder van een vergunning als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart alsmede de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, danwel artikel 18, eerste lid, van de Wet vervoer binnenvaart zijn verplicht periodiek over één of meer door het Centraal Bureau voor de Statistiek nader vast te stellen tijdvakken en uiterlijk binnen veertien dagen na afloop daarvan aan het Centraal Bureau voor de Statistiek een opgave te verstrekken van ten minste:
-
a.
de datum van het vervoer;
-
b.
de soorten van vervoer;
-
c.
de scheepsgegevens;
-
d.
de vergunningbewijscode van de divisie Vervoer van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;
-
e.
het land, regio (of gebied) en plaats van lading en lossing, respectievelijk het land, regio (of gebied) en plaats van vertrek en aankomst bij leegvaart;
-
f.
de afstand tussen de plaats(en) van lading en de plaats(en) van lossing, respectievelijk de afstand tussen de plaats van vertrek en aankomst bij leegvaart;
-
g.
het gewicht, uitgedrukt in tonnen, van de vervoerde goederen;
-
h.
de aard van de vervoerde goederen;
-
i.
de verschijningsvorm van de goederen;
-
j.
het identificatienummer, klasse en cijfer van de vervoerde stof in geval van vervoer van gevaarlijke stoffen;
-
k.
het aantal beladen en lege containers naar grootte en type.