Premiepercentages AOW, AWW en AAW en het fictieve premiepercentage AAW per 1 januari 1993

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Gelet op artikel 11, eerste, derde en vierde lid van de Wet volksverzekeringen (Stb. 1989, 129) en artikel 2 van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies (Stb. 1989, 127):
Gehoord de Sociale Verzekeringsraad;

Besluit:

Artikel

1

Goedgekeurd wordt het als bijlage 2 bijgevoegde besluit van het Sociale Verzekeringsbank van 26 juni 1992 inzake de vaststelling van het premiepercentage voor de algemene ouderdoms-verzekering. Dit percentage wordt voor het jaar 1993 vastgesteld op 14,00.

Artikel

2

Goedkeuring wordt onthouden aan het als bijlage 3 bijgevoegde besluit van Sociale Verzekeringsbank van 26 juni 1992 inzake de vaststelling van het premiepercentage voor de algemene weduwen- en wezenverzekering. Dit percentage wordt voor het jaar 1993 vastgesteld op 1.20.

Artikel

3

Goedkeuring wordt onthouden aan artikel 1 van het als bijlage 1 bijgevoegde besluit van het bestuur van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds van 24 juni 1992 inzake de vaststelling van het premiepercentage voor de algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit percentage wordt voor het jaar 1993 vastgesteld op 2.70.

Artikel

4

Goedkeuring wordt onthouden aan artikel 2 van het als bijlage 1 bijgevoegde besluit van het bestuur van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds van 24 juni 1992 inzake de vaststelling van het fictieve premiepercentage algemene arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit percentage wordt voor het jaar 1993 vastgesteld op 6.40.

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1993.

's-Gravenhage
De Staatssecretaris voornoemd, E. terVeld