Regels ter uitvoering van accijnsrichtlijnen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht of zijn vertegenwoordiger die, na verzending van de goederen, wenst over te gaan tot wijziging van de reeds in het geleidedocument vermelde geadresseerde of plaats van aflevering dient de inspecteur op de door deze te bepalen wijze hiervan onmiddellijk op de hoogte te stellen. Tevens dient de bedoelde wijziging onmiddellijk te worden aangebracht op de achterzijde van het geleidedocument.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De regels die gelden voor verzoeken om wederzijdse bijstand bij de invordering van schuldvorderingen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van enkele EEG-heffingen en de omzetbelasting (Stb. 1979, 572), zijn van overeenkomstige toepassing op verzoeken om bijstand bij de invordering van schuldvorderingen, ontstaan in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen, die verband houden met:

  • a.

    accijnzen in de zin van artikel 2, onderdeel e, van Richtlijn 76/308/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1976 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals van schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen (PbEG L 73);

  • b.

    kosten en interest, verbonden aan de invordering van deze accijnzen, in de zin van artikel 2, onderdeel f, van de richtlijn.

Artikel

10

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1993.

De Staatssecretaris van Financiën, M.J.J. van Amelsvoort