Instelling Commissie modernisering positie huisartsenzorg, specialistische zorg en ziekenhuiszorg

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Overwegende dat het in het kader van de in gang gezette herziening van het stelsel van zorg van het grootste belang is dat tijdig en adequaat wordt onderzocht wanneer en onder welke condities het geheel van huisartsenzorg, specialistische zorg en ziekenhuiszorg onderdeel kan gaan uitmaken van een gemoderniseerde zorgverzekering;
Van mening dat een dergelijk onderzoek het best kan worden verricht door een daartoe speciaal in te stellen onafhankelijke commissie;
Overwegende dat het vanuit een oogpunt van zorgvuldigheid aangewezen is om de koepelorganisaties van aanbieders en verzekeraars van de betreffende vormen van zorg, alsmede een vertegenwoordiging van de patiënten/consumenten, te betrekken bij dit onderzoek;
Gezien de mededeling hierover aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (brief d.d. 5 juni 1992, Kamerstuk 22 393, nr. 20);

Besluit:

Artikel

1

Er is een commissie modernisering positie huisartsenzorg, specialistische zorg en ziekenhuiszorg, genaamd ‘de Commissie modernisering curatieve zorg’.

Artikel

2

De commissie heeft tot taak, in het licht van de modernisering van het zorgstelsel waarin voorzien is in het tot stand komen van een basisverzekering, op hoofdlijnen onderzoek te doen naar de positionering van het totaal aan medische zorg zoals thans geleverd door huisartsen, medisch-specialisten en ziekenhuizen, en daarover te adviseren. Het advies zal met name zijn gericht op de volgende onderwerpen.

  • a.

    De samenwerking tussen specialist en ziekenhuis;

  • b.

    De samenwerking tussen specialist en huisarts;

  • c.

    De kostentoedelingen en de declaratiesystemen van huisartsen, specialisten en ziekenhuizen;

  • d.

    De rol van de verzekeraars bij het functioneren van huisarts, specialist en ziekenhuis;

Artikel

3

De commissie zal zich bij haar werkzaamheden laten adviseren door deskundigen uit de kringen van de koepelorganisaties van aanbieders, verzekeraars en patiënten/consumenten van de genoemde vormen van zorg.

Artikel

4

Artikel

5

Ter uitvoering van haar werkzaamheden kan de commissie externe deskundigen raadplegen.

Artikel

6

De commissie regelt zelf haar werkzaamheden.

Artikel

7

Mede met het oog op de gewenste voortgang en de af te leggen trajecten brengt de commissie binnen een jaar na aanvang van haar werkzaamheden haar eindadvies uit aan de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Zo nodig zal de commissie een interimadvies uitbrengen.

Artikel

8

Artikel

9

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. De bescheiden worden bij opheffing van de commissie in het Centraal oud archief van het ministerie opgenomen.

Artikel

10

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Hans J.Simons