Besluit van 28 januari 1993, houdende aanpassing griffierechten Raad van State

Wijzigingsbesluit Wet op de Raad van State

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 22 januari 1993, Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. CW93/U74, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
Gelet op artikel 107, vijfde lid, in samenhang met artikel 73, zevende lid, van de Wet op de Raad van State;
De Raad van State gehoord (advies van 27 januari 1993, No. W04.93.0034);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 27 januari 1993, Stafafdeling Constitutionele Zaken en Wetgeving, nr. CW93/U92, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

In geschillen die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit aanhangig zijn, is het bij dit besluit bepaalde niet van toepassing.

Artikel

IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 1993. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 januari 1993 treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin