Besluit van 26 februari 1993, houdende vaststelling van een regeling van de vergoeding van onkosten voor rechterlijke ambtenaren

Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 17 december 1992, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 270230/92/6;
Gelet op artikel 7, derde lid, van de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren en artikel 125, eerste lid, onderdeel j, van de Ambtenarenwet 1929;
De Raad van State gehoord (advies van 10 februari 1993, nr. W03.92 0640);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 16 februari 1993, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 307641/93/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Aan de senior-gerechtsauditeurs en de gerechtsauditeurs, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, die tevens zijn benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof of rechter-plaatsvervanger in de rechtbank waarbij zij zijn aangesteld, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van f 2320,00 per jaar.

Artikel

5

Aan de griffier en de substituut-griffiers van de Hoge Raad wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van  € 585,– per jaar.

Artikel

6

Aan de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van f 930,00 per jaar.

Artikel

7

Aan de ambtenaren die met toepassing of overeenkomstige toepassing van artikel 6 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren zijn aangewezen voor het vervullen van minder dan de helft van een volledige taak, wordt een algemene onkostenvergoeding toegekend die een met hun taak overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die zij zouden hebben ontvangen indien zij in hetzelfde ambt zouden zijn aangewezen voor het vervullen van een volledige taak.

Artikel

8

Artikel

9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

11

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin