Artikel
1
1
Onder eigen vermogen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Stb. 1992, 722) wordt verstaan voor:
-
a)
een naamloze of besloten vennootschap: het gestorte kapitaal vermeerderd met de reserves;
-
b)
een vennootschap onder firma: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen der vennoten vermeerderd met de reserves;
-
c)
een commanditaire vennootschap: de afgezonderde gestorte vermogensbestanddelen der beherende vennoten alsmede het gestorte commanditaire kapitaal vermeerderd met de reserves;
-
d)
een coöperatie: het door de leden gestorte inleggeld of kapitaal vermeerderd met de reserves;
-
e)
andere rechtsvormen naar Nederlands recht dan de hierboven genoemde: het voordelig verschil tussen bezittingen en schulden bij toepassing van de waarderingsnormen zoals toegepast bij het opstellen van de gepubliceerde jaarrekening;
-
f)
een in Nederland gevestigd bijkantoor van een kredietinstelling of een elektronisch-geldinstelling die in een Staat, die niet een Lid-Staat is, gevestigd is: de ter beschikking van het bijkantoor gestelde afgezonderde kapitaaldotaties.
2
Voor de bepaling van de omvang van het eigen vermogen als bedoeld in dit besluit worden cumulatief preferente aandelen alsmede immateriële activa niet meebegrepen.