Artikel
1
Instelling werkgroep
Er is een werkgroep ziekenhuisonderwijs, verder te noemen de werkgroep.
Besluit:
Er is een werkgroep ziekenhuisonderwijs, verder te noemen de werkgroep.
De werkgroep heeft tot doel binnen de huidige budgettaire kaders concrete voorstellen te ontwikkelen om het onderwijs aan kinderen die langdurig in een ziekenhuis worden opgenomen effectiever en efficiënter te laten plaatsvinden.
De werkgroep verkent daarbij in de eerste plaats de mogelijkheden om de verantwoordelijkheid voor onderwijs aan het kind in het ziekenhuis te leggen bij de school waar het kind vandaan komt of bij een school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs in de nabijheid van het ziekenhuis, een zogenaamde adoptieschool.
In haar voorstellen besteedt de werkgroep bijzondere aandacht aan de positie van het onderwijs in de kinderziekenhuizen voor die kinderen waarvoor speciale zorg noodzakelijk is, met name kinderen met een terminaal perspectief en met sterk invaliderende ziektes en de positie van de nierdialysekinderen, die structureel veel lestijd missen.
De werkgroep bestaat uit 9 leden:
tot voorzitter tevens lid wordt benoemd:
de heer C. Pot;
tot leden van de werkgroep worden benoemd:
namens de bestuursgeledingen van het ziekenhuisonderwijs:
de heer E. Lutterop;
namens de directies van de ziekenhuisscholen:
de heer P. Laverman;
namens het personeel van de ziekenhuisscholen:
de heer A. Janssen;
namens de gezamenlijke ouderorganisaties in het onderwijs:
de heer A.C. van Rooyen;
namens het reguliere basisonderwijs:
de heer A. Bruggeman;
namens het reguliere voortgezet onderwijs:
de heer A.L. van Oers;
tot adviserende leden worden benoemd:
namens de inspectie Primair Onderwijs:
de heer drs. H. Weijman,
namens het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen:
mw. M.E. Voorbij-van der Kooij.
De werkgroep wordt bijgestaan door een externe secretaris.
De werkgroep is ingesteld voor de duur van drie maanden. De werkgroep belegt zoveel besprekingen als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar taak en rapporteert over haar voorstellen als bedoeld in artikel 2 binnen die termijn aan de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen.
Op de leden van de werkgroep zijn het Vacatiegeldenbesluit en het Reisbesluit 1971 van toepassing. Met ingang van 1 april 1993 geldt het Reisbesluit Binnenland.
De kosten van het secretariaat komen voor rekening van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 24 maart 1993.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.