Besluit benoeming adviseurs Nederlandse toponcologie

De Staatsecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Overwegende dat in het kader van handhaving en zo mogelijk versterking van de positie van de Nederlandse toponcologie, ook in Europees verband, het van het grootste belang is dat tijdig en adequaat wordt onderzocht hoe, wanneer, waar en onder welke condities gemeenschappelijke visie-ontwikkeling en nauwe samenwerking op het terrein van de Nederlandse toponcologie mogelijk is tussen de bij deze vorm van oncologie betrokken instellingen zoals het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoek Huis te Amsterdam, de Dr. Daniel den Hoed Kliniek te Rotterdam, academische ziekenhuizen en aan de toponcologie verwante instellingen;
Van mening dat een dergelijk onderzoek het beste kan worden verricht door daartoe speciaal te benoemen adviseurs;
Gezien de mededeling hierover aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (brief d.d. 9 februari 1993;)

Besluit:

Artikel

1

Er zijn twee adviseurs die onderzoek verrichten naar mogelijkheden aangaande gemeenschappelijke visie-ontwikkeling en nauwe samenwerking binnen het veld van de Nederlandse toponcologie; genaamd “Adviseurs Nederlandse toponcologie”.

Artikel

2

De adviseurs hebben tot taak in het kader van handhaving en zo mogelijk versterking van de positie van de Nederlandse toponcologie op hoofdlijnen onderzoek te doen naar de mogelijkheden van gemeenschappelijke visie-ontwikkeling en nauwe samenwerking op bedoeld terrein en hierover te adviseren.

Het advies dient zich met name te richten op de volgende onderwerpen:

  • a.

    Gemeenschappelijke visie-ontwikkeling en samenwerking op genoemd terrein tussen het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoek Huis te Amsterdam en de Dr. Daniel den Hoed Kliniek te Rotterdam.

  • b.

    Gemeenschappelijke visie-ontwikkeling en samenwerking op genoemd terrein tussen de onder a weergegeven instellingen en academische ziekenhuizen.

  • c.

    Gemeenschappelijke visie-ontwikkeling en samenwerking tussen de onder a. en b. weergegeven instellingen en aan de toponcologie verwante.

  • d.

    De wijze waarop en de mate waarin mogelijke gemeenschappelijke visie-ontwikkelingen en samenwerkingen kunnen worden gestructureerd, geformaliseerd en geïmplementeerd.

Artikel

3

De adviseurs kunnen zich bij hun werkzaamheden laten bijstaan door deskundigen.

Artikel

4

Artikel

5

De adviseurs regelen zelf hun werkzaamheden.

Artikel

6

Mede met het oog op de gewenste voortgang en de af te leggen trajecten brengen de adviseurs binnen vier maanden na aanvang van hun werkzaamheden een eerste advies uit aan de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Artikel

7

Artikel

8

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de adviseurs geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. De bescheiden worden bij opheffing van het adviseurschap in het Centraal oud archief van het ministerie opgenomen.

Artikel

9

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Hans J. Simons