Wet van 21 april 1993, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs, ten behoeve van de opheffing of vermindering van onderwijsachterstanden (regeling onderwijsvoorrangsgebieden)

Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs (regeling onderwijsvoorrangsgebieden)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te komen tot maatregelen voor het opheffen of verminderen van onderwijsachterstanden van leerlingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, binnen vier jaar na inwerkingtreding van de wijzigingen die deze wet aanbrengt, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wijzigingen in de praktijk.

Artikel

V

Artikel

VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, J. Wallage
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. d'Ancona
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P. Bukman
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin