Artikel
1
De vice-president van de Raad van State, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten die aan de vervulling van het ambt zijn verbonden en die voor eigen rekening komen. Deze maandelijkse vergoeding bedraagt:
-
a.
voor de vice-president: f 470,- per 1 januari 2002: € 270;
-
b.
voor de staatsraden: f 392,- per 1 januari 2002: € 226;
-
c.
voor de staatsraden in buitengewone dienst, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Wet op de Raad van State: een zodanig deel van het bedrag, bedoeld in onderdeel b, als overeenkomt met de vastgestelde omvang van de te vervullen taak.