Besluit van 14 mei 1993, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen

Erkenningenbesluit geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur directoraat-generaal van de Volksgezondheid, directie Civiele Verdediging en Vredescalamiteiten van 9 september 1992, nr. CVVC/VMMK/V/851245, gedaan na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Brandweer;
Gezien het advies van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid van 20 december 1991, nr. 4123-42;
Gezien het advies van de Brandweerraad van 10 december 1991, nr. RBR91/U2546;
De Raad van State gehoord (advies van 19 oktober 1992, nr. W 13.92 0358);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, DGVgz/AGB/GZ 932933, 28 april 1993, uitgebracht na overleg met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Brandweer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

  • b.

    gewondennest: een veilige plaats in de directe omgeving van de ramp of het zware ongeval waar eerste hulp, dan wel aanvullende eerste hulp, wordt verleend en van waaruit met het oog op vervoer voortgezette behandeling plaatsvindt;

  • c.

    verzamelplaats gewonden: plaats waar de op behandelings- en afvoerurgentie gerichte geneeskundige zorg met het oog op het vervoer naar ziekenhuizen plaatsvindt.

§

2

Aantal geneeskundige eenheden

Artikel

2

Een instelling komt slechts voor erkenning in aanmerking indien zij één of meer geneeskundige eenheden beschikbaar stelt.

§

3

Samenstelling van een geneeskundige eenheid

Artikel

3

Een geneeskundige eenheid bestaat uit een commandogroep, drie geneeskundige groepen en twee verzorgingsgroepen.

Artikel

4

Een commandogroep bestaat ten minste uit:

  • a.

    een commandant;

  • b.

    een schrijver;

  • c.

    een gewondenverzorger;

  • d.

    drie gewondenhelpers;

  • e.

    een chauffeur;

  • f.

    twee ondersteunende medewerkers.

Artikel

5

Een geneeskundige groep bestaat ten minste uit:

  • a.

    een commandant;

  • b.

    een arts;

  • c.

    een verpleegkundige;

  • d.

    zes gewondenverzorgers;

  • e.

    vijf gewondenhelpers;

  • f.

    twee chauffeurs.

Artikel

6

Een verzorgingsgroep bestaat ten minste uit:

  • a.

    een kok;

  • b.

    een chauffeur;

  • c.

    twee ondersteunende medewerkers.

§

4

Taken en geoefendheid van een geneeskundige eenheid

Artikel

7

Een geneeskundige eenheid verricht ten minste de volgende taken:

  • a.

    het inrichten en in bedrijf houden van drie gewondennesten;

  • b.

    het inrichten en in bedrijf houden van één verzamelplaats gewonden;

  • c.

    het gewondentransport tussen de gewondennesten en de verzamelplaats gewonden;

  • d.

    de voorbereiding op de onder a tot en met c genoemde taken.

Artikel

8

In een gewondennest worden ten minste de volgende taken verricht:

  • a.

    de eerste hulp dan wel de aanvullende eerste hulp aan gewonden;

  • b.

    het opvangen van ambulante gewonden en het verwijzen daarvan naar de verzamelplaats gewonden;

  • c.

    het invullen van de gewondenkaarten.

Artikel

9

In een verzamelplaats gewonden worden ten minste de volgende taken verricht:

  • a.

    het selecteren van de gewonden naar afvoerurgentie;

  • b.

    het verrichten van de noodzakelijke geneeskundige handelingen ter voorbereiding op het vervoer van de gewonden naar een ziekenhuis;

  • c.

    het behandelen van ambulante gewonden;

  • d.

    het verzorgen en begeleiden van gewonden, die nog niet naar een ziekenhuis zijn afgevoerd;

  • e.

    het zorgdragen voor overleden slachtoffers;

  • f.

    het administreren en registreren van de op behandeling en afvoer betrekking hebbende gegevens.

Artikel

10

De geoefendheid van een geneeskundige eenheid wordt bevorderd door ten minste eenmaal per jaar de volgende oefeningen te houden:

  • a.

    een voorbereide oefening, zo mogelijk in samenwerking met hulpverleningseenheden van andere disciplines;

  • b.

    een niet voorbereide oefening, waarbij alarmering, opkomst en inzet van de geneeskundige eenheid worden getest.

Artikel

11

Een geneeskundige eenheid bezit een zodanige paraatheid dat twee uur na alarmering de in de artikelen 4 tot en met 6 bedoelde functionarissen aanwezig zijn op of nabij de plaats van de ramp of het zware ongeval en de eerste gewonden voor vervoer naar het ziekenhuis gereed kunnen liggen.

§

5

Opleiding en keuring van het personeel van een geneeskundige eenheid

Artikel 12

Vervallen

Artikel

13

De in artikel 5, onder c, bedoelde verpleegkundige:

  • a.

    dit onderdeel is vervallen;

  • b.

    heeft aansluitend aan de opleiding minimaal één jaar praktijkervaring; en

  • c.

    is in het bezit van een door Onze Minister aan te wijzen getuigschrift op het gebied van de hulpverlening bij rampen en zware ongevallen.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Degene die een onderzoek als bedoeld in artikel 15 heeft ondergaan, kan binnen een termijn van zes weken na ontvangst van de uitslag van het onderzoek een verzoek om herkeuring indienen bij een bedrijfsarts bij een andere gemeentelijke gezondheidsdienst dan de gemeentelijke gezondheidsdienst die de keuring heeft verricht.

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

17

In afwijking van de artikelen 12 en 13, onder c, voldoen artsen en verpleegkundigen uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van die bepalingen aan die bepalingen.

Artikel

18

Een verklaring van geschiktheid afgegeven vóór de inwerkingtreding van dit besluit is ten aanzien van een persoon die vóór de inwerkingtreding van dit besluit reeds deel uitmaakte van een geneeskundige eenheid gedurende twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit gelijkgesteld met een verklaring van geschiktheid als bedoeld in artikel 15, eerste lid.

Artikel

19

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van de artikelen 12 en 13, onder c, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

20

Dit besluit wordt aangehaald als: Erkenningenbesluit geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. J. Simons
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

behorende bij artikel 15, derde lid, van het Erkenningenbesluit geneeskundige hulpverlening bij rampen en zware ongevallen

Keuringsprocedure en keuringseisen personeel geneeskundig peloton

Uit een geneeskundig onderzoek kan blijken of het personeel van een geneeskundige eenheid in staat kan worden geacht de op te dragen werkzaamheden naar behoren te verrichten. Daartoe is een algemeen geneeskundig onderzoek niet voldoende.

Algemeen

Het personeel moet in staat zijn tot lang staan, soepel lopen en het dragen van zware lasten. Men moet het werk verrichten bij hitte, koude en vaak met natte kleding.

Men moet een helm, stofbril, speciale beschermende kleding (ook handschoenen) kunnen dragen.

Bij de uitoefening van de functie moet men psychische stress-situaties kunnen doorstaan en daarbij rustig en weloverwogen kunnen blijven handelen.

Bij het werk wordt veel gevraagd van het cardiorespiratoire systeem, het bewegingsapparaat en de zintuigen.

Voor de functies is vereist:

Somatisch: Een lichamelijk goede conditie met goed belastbare wervelkolom en extremiteiten. Het normaal functioneren van de luchtwegen. Goede thermoregulatie.

Psychisch: Het moet duidelijk zijn dat deze functie, met name ook voor de persoonlijke veiligheid, hoge eisen stelt. Men moet een evenwichtige persoonlijkheid zijn. Het is noodzakelijk dat men zelfbewust en slagvaardig kan optreden.

A

Keuringsprocedure

1. De keuringen zijn functiegericht en vinden plaats aan de hand van de onder B. genoemde eisen die zijn geformuleerd voor de meest belastende functie. De keurend arts past de eisen gedifferentieerd toe, dat wil zeggen dat hij hierbij rekening houdt met de taken die aan de functie zijn verbonden. Iedere functie stelt immers andere eisen aan een persoon.

Keuring bestaat uit:

  • 1.

    invullen van uitgebreid anamnese formulier door keurling zelf;

  • 2.

    algemeen geneeskundig onderzoek inclusief eenvoudig urine-onderzoek;

  • 3.

    alleen op indicatie:

    • -

      uitgebreider urine-onderzoek

    • -

      bloedonderzoek

    • -

      ECG

    • -

      röntgen, e.d.

2. Keuringsuitslagen:

  • 1.

    onvoorwaardelijk goedgekeurd, d.w.z. inzetbaar voor alle functies (keuringsklasse I);

  • 2.

    voorwaardelijk goedgekeurd, d.w.z. inzetbaar voor een beperkt aantal functies (keuringsklasse II);

  • 3.

    onvoorwaardelijk afgekeurd, d.w.z. totale ongeschiktheid;

  • 4.

    voorwaardelijk afgekeurd, d.w.z. keurling wordt voor een periode van 12 maanden afgekeurd; na 12 maanden vindt opnieuw een keuring plaats, waarna in principe volledige goedkeuring kan plaatsvinden.

3. Inzetbaarheid betekent, dat de keurling gedurende zijn gehele inzet van 8 uur zijn functie kan uitoefenen. Het cardiovasculaire en het respiratoire apparaat, het houdings- en bewegingsapparaat en de zintuigen van de hulpverleners kunnen tijdens de uitoefening van de functie belast worden.

4. Keuringen vinden plaats bij de gemeentelijke gezondheidsdiensten door een bedrijfsarts die goed op de hoogte is van de lichamelijke en psychische eisen die de desbetreffende functie stelt.

  • -

    Bij ieder "nieuw" lid van een geneeskundige eenheid vindt een keuring plaats;

  • -

    Om de 2 jaar wordt door iedere keurling een uitgebreide "eigen" verklaring ingevuld. Deze eigen verklaring wordt beoordeeld door een arts van het Provinciaal Commando van het Nederlandse Rode Kruis, voorzover het om een erkende instelling van het Nederlandse Rode Kruis gaat. Deze arts stuurt, indien er afwijkingen zijn in de gezondheidstoestand van de keurling de verklaring door naar de GGD, waarna een herkeuring kan plaatsvinden. Indien het een andere erkende instelling dan die van het Nederlandse Rode Kruis betreft, wordt de eigen verklaring beoordeeld door een arts van de GGD;

  • -

    Vanaf het 40e levensjaar vindt in ieder geval om de 4 jaar een herkeuring plaats, vanaf het 50e jaar vindt deze herkeuring om de 2 jaar plaats en vanaf het 55e jaar jaarlijks.

B

Keuringseisen

Endocrine organen

diabetes mellitus

r

hypo- of hyperthyreoïdie

r

Psychische stoomissen

duizeligheid;

functioneel

r

org. psychosyndromen

r

psychotische toestandsbeelden;

r

neurosen/psychopathieën (algemene verslavingen)

r

a

Zintuigenonderzoek

visus ongecorrigeerd

min. 0.1 (n.v.t. bij contactlensgebruik)

gecorrigeerd

beide ogen min. 0.8

kleurenzien

hoofdkleuren

dieptezien

voldoende

gezichtsvelden

ongestoord

toonaudiogram

categorie 3

Zenuwstelsel/Zintuigen

duizeligheid (organisch)

a

epilepsie en andere aandoeningen gepaard gaande met recidiverende bewustzijnsdaling:

a

migraine;

r

status na overige neurologische ziekten

r

otitis media (chron/recidief)

r

Tractus circulatorius

ECG

geen ischaemie

ST-depressie

angina pectoris

a

elev./neg. T

decompensatio cordis

a

geen AV/blok (gr. II, tot)

myocardinfarct

a

geen paroxysmale tachycardie

vitium cordis

a

geen sinusarrest

geen nod. ritme

geen cardiomyopathie

hypertensie

r

R.R.

S 160 mmHg

D 95 mmHg

syndroom van Raynaud

a

thoracic outlet syndroom

a

circulatiearterieel aan de benen;

r

veneuze circulatiestoornissen

r

Tractus respiratorius

Fev. VC

max. 10% afw.

CARA

r

norm. zie A II-2, par. 4,5)

pneumothorax (spontaan)

r

rhinitis atopica (allergica/vasomotorica sinusitis

r

(chron./recidiv.)

Tractus digestivus

chronische leverziekten

r

colitis chronica/M. Crohn

r

hernia diaphragmatica

r

liesbreuk

r

ulcuslijden

r

Tractus urogenitalis

nierafwijkingen met functiestoornissen;

r

stress-incontinentie

r

Huid

constitutioneel (atopisch) eczeem aan de handen;

r

hyperhydrosis

r

ortho- of allergisch contacteczeem

r

psoriasis, speciaal aan de handen;

r

pyodermie

a

Tractus locomotorius

wervelkolom

M. Bechterew

a

M. Scheuermann

r

discopathie

r

HNP-cons. behandeld

a

HNP-geopereerd

r

spondylarthrosis

r

spondylolysis/spondylolisthesis

r

overige anomalieën

r

Bovenste extremiteiten:

onvoldoende grijpfunctie van een hand;

a

overige anatom./funct. afwijkingen

r

Onderste extremiteiten:

meniscuslaesie

a

idem geopereerd

r

arthrose

r

overige anatom./funct. afwijkingen

r