Burgerlijk Wetboek Boek 7A, Bijzondere overeenkomsten (vervolg)

Burgerlijk Wetboek Boek 7A

Boek

7a

Bijzondere overeenkomsten; vervolg

Vijfde titel

A

Van koop en verkoop op afbetaling

Afdeling

1

Van koop en verkoop op afbetaling in het algemeen

Artikel

1576

Vervallen

Artikel

1576a

Vervallen

Artikel

1576b

Vervallen

Artikel

1576c

Vervallen

Artikel

1576d

Vervallen

Artikel

1576e

Vervallen

Artikel

1576f

Vervallen

Artikel

1576g

Vervallen

Afdeling

2

Van huurkoop

Artikel

1576h

Vervallen

Artikel

1576i

Vervallen

Artikel

1576j

Vervallen

Artikel

1576k

Vervallen

Artikel

1576l

Vervallen

Artikel

1576m

Vervallen

Artikel

1576n

Vervallen

Artikel

1576q

Vervallen

Artikel

1576r

Vervallen

Artikel

1576s

Vervallen

Artikel

1576t

Vervallen

Artikel

1576u

Vervallen

Artikel

1576v

Vervallen

Artikel

1576w

Vervallen

Artikel

1576x

Vervallen

Zevende

titel

Van huur en verhuur

Eerste

afdeeling

Algemeene bepaling

Artikel

1584

Vervallen

Artikel

1585

Vervallen

Tweede

afdeeling

Van de regelen, welke gemeen zijn aan verhuringen van huizen en van andere zaken

Artikel

1586

Vervallen

Artikel

1587

Vervallen

Artikel

1588

Vervallen

Artikel

1589

Vervallen

Artikel

1590

Vervallen

Artikel

1591

Vervallen

Artikel

1592

Vervallen

Artikel

1593

Vervallen

Artikel

1594

Vervallen

Artikel

1595

Vervallen

Artikel

1596

Vervallen

Artikel

1597

Vervallen

Artikel

1598

Vervallen

Artikel

1599

Vervallen

Artikel

1600

Vervallen

Artikel

1602

Vervallen

Artikel

1603

Vervallen

Artikel

1604

Vervallen

Artikel

1605

Vervallen

Artikel

1606

Vervallen

Artikel

1607

Vervallen

Artikel

1608

Vervallen

Artikel

1609

Vervallen

Artikel

1610

Vervallen

Artikel

1611

Vervallen

Artikel

1612

Vervallen

Artikel

1614

Vervallen

Artikel

1615

Vervallen

Artikel

1616

Vervallen

Derde

afdeeling

Van de regelen welke bijzonder betrekkelijk zijn tot huur van huizen en huisraad

Artikel

1619

Vervallen

Artikel

1620

Vervallen

Artikel

1621

Vervallen

Artikel

1622

Vervallen

Artikel

1623

Vervallen

Vierde

afdeling

Van de regelen welke bijzonder betrekkelijk zijn tot huur en verhuur van woonruimte

Artikel

1623a

Vervallen

Artikel

1623b

Vervallen

Artikel

1623c

Vervallen

Artikel

1623d

Vervallen

Artikel

1623e

Vervallen

Artikel

1623f

Vervallen

Artikel

1623g

Vervallen

Artikel

1623h

Vervallen

Artikel

1623i

Vervallen

Artikel

1623j

Vervallen

Artikel

1623k

Vervallen

Artikel

1623l

Vervallen

Artikel

1623m

Vervallen

Artikel

1623n

Vervallen

Artikel

1623o

Vervallen

Vijfde

afdeling

Van de regelen welke bijzonder betrekkelijk zijn tot huur en verhuur van bedrijfsruimte

Artikel

1624

Vervallen

Artikel

1625

Vervallen

Artikel

1626

Vervallen

Artikel

1627

Vervallen

Artikel

1627a

Vervallen

Artikel

1628

Vervallen

Artikel

1628a

Vervallen

Artikel

1629

Vervallen

Artikel

1630

Vervallen

Artikel

1631

Vervallen

Artikel

1631a

Vervallen

Artikel

1631b

Vervallen

Artikel

1631c

Vervallen

Artikel

1631d

Vervallen

Artikel

1632

Vervallen

Artikel

1632a

Vervallen

Artikel

1633

Vervallen

Artikel

1634

Vervallen

Artikel

1635

Vervallen

Artikel

1635a

Vervallen

Artikel

1636

Vervallen

Artikel

1636a

Vervallen

Artikel

1636b

Vervallen

Zevende titel

A

Eerste

afdeeling

Algemeene bepalingen

Artikel

1637

Vervallen

Artikel

1637a

Vervallen

Artikel

1637b

Vervallen

Artikel

1637c

Vervallen

Tweede

afdeeling

Van de arbeidsovereenkomst in het algemeen

Artikel

1637d

Vervallen

Artikel

1637e

Vervallen

Artikel

1637f

Vervallen

Artikel

1637g

Vervallen

Artikel

1637h

Vervallen

Artikel

1637i

Vervallen

Artikel

1637j

Vervallen

Artikel

1637k

Vervallen

Artikel

1637l

Vervallen

Artikel

1637m

Vervallen

Artikel

1637n

Vervallen

Artikel

1637o

Vervallen

Artikel

1637p

Vervallen

Artikel

1637q

Vervallen

Artikel

1637r

Vervallen

Artikel

1637s

Vervallen

Artikel

1637t

Vervallen

Artikel

1637u

Vervallen

Artikel

1637v

Vervallen

Artikel

1637x

Vervallen

Artikel

1637ij

Vervallen

Artikel

1637ij a

Vervallen

Artikel

1637z

Vervallen

Derde

afdeeling

Van de verplichtingen des werkgevers

Artikel

1638

Vervallen

Artikel

1638a

Vervallen

Artikel

1638b

Vervallen

Artikel

1638c

Vervallen

Artikel

1638ca

Vervallen

Artikel

1638cb

Vervallen

Artikel

1638d

Vervallen

Artikel

1638e

Vervallen

Artikel

1638f

Vervallen

Artikel

1638g

Vervallen

Artikel

1638h

Vervallen

Artikel

1638i

Vervallen

Artikel

1638j

Vervallen

Artikel

1638k

Vervallen

Artikel

1638l

Vervallen

Artikel

1638m

Vervallen

Artikel

1638n

Vervallen

Artikel

1638o

Vervallen

Artikel

1638p

Vervallen

Artikel

1638q

Vervallen

Artikel

1638r

Vervallen

Artikel

1638t

Vervallen

Artikel

1638u

Vervallen

Artikel

1638v

Vervallen

Artikel

1638w

Vervallen

Artikel

1638x

Vervallen

Artikel

1638ij

Vervallen

Artikel

1638z

Vervallen

Artikel

1638aa

Vervallen

Artikel

1638bb

Vervallen

Artikel

1638cc

Vervallen

Artikel

1638dd

Vervallen

Artikel

1638ee

Vervallen

Artikel

1638ff

Vervallen

Artikel

1638gg

Vervallen

Artikel

1638hh

Vervallen

Artikel

1638ii

Vervallen

Artikel

1638jj

Vervallen

Artikel

1638kk

Vervallen

Artikel

1638ll

Vervallen

Artikel

1638mm

Vervallen

Artikel

1638nn

Vervallen

Artikel

1638oo

Vervallen

Vierde

afdeeling

Van de verplichtingen des arbeiders

Artikel

1639a

Vervallen

Artikel

1639b

Vervallen

Artikel

1639c

Vervallen

Artikel

1639d

Vervallen

Artikel

1639da

Vervallen

Vijfde

afdeeling

Van de verschillende wijzen waarop de dienstbetrekking, door arbeidsovereenkomst ontstaan, eindigt

Artikel

1639e

Vervallen

Artikel

1639f

Vervallen

Artikel

1639g

Vervallen

Artikel

1639h

Vervallen

Artikel

1639i

Vervallen

Artikel

1639j

Vervallen

Artikel

1639k

Vervallen

Artikel

1639l

Vervallen

Artikel

1639m

Vervallen

Artikel

1639n

Vervallen

Artikel

1639o

Vervallen

Artikel

1639p

Vervallen

Artikel

1639q

Vervallen

Artikel

1639r

Vervallen

Artikel

1639s

Vervallen

Artikel

1639t

Vervallen

Artikel

1639u

Vervallen

Artikel

1639v

Vervallen

Artikel

1639w

Vervallen

Artikel

1639x

Vervallen

Vijfde afdeling

A

Artikel

1639aa

Vervallen

Artikel

1639bb

Vervallen

Artikel

1639cc

Vervallen

Artikel

1639dd

Vervallen

Zesde

afdeeling

Van aanneming van werk

Artikel

1639

Vervallen

Artikel

1640

Vervallen

Artikel

1641

Vervallen

Artikel

1642

Vervallen

Artikel

1643

Vervallen

Artikel

1644

Vervallen

Artikel

1645

Vervallen

Artikel

1646

Vervallen

Artikel

1647

Vervallen

Artikel

1648

Vervallen

Artikel

1650

Vervallen

Artikel

1651

Vervallen

Negende

titel

Van maatschap

Eerste

afdeeling

Algemeene bepalingen

Artikel

1655

Maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.

Artikel

1657

Maatschappen zijn of algeheel, of bijzonder.

Artikel

1658

De wet kent slechts de algeheele maatschap van winst. Zij verbiedt alle maatschappen, het zij van alle de goederen, het zij van een bepaald gedeelte van dezelve, onder eenen algemeenen titel; onverminderd de bepalingen, vastgesteld in den zevenden en achtsten titel van het eerste boek van dit Wetboek.

Artikel

1659

De algeheele maatschap van winst bevat slechts hetgeen partijen, onder welke benaming ook, gedurende den loop der maatschap door hare vlijt zullen verkrijgen.

Artikel

1660

De bijzondere maatschap is de zoodanige welke slechts betrekking heeft tot zekere bepaalde goederen, of tot derzelver gebruik, of tot de vruchten die daarvan zullen getrokken worden, of tot eene bepaalde onderneming, of tot de uitoefening van eenig bedrijf of beroep.

Tweede

afdeeling

Van de verbindtenissen der vennooten onderling

Artikel

1661

De maatschap begint van het oogenblik der overeenkomst, indien daarbij geen ander tijdstip bepaald is.

Artikel

1662

Artikel

1665

Wanneer een der vennooten, voor zijne eigene rekening, eene opeischbare som te vorderen heeft van iemand die mede eene insgelijks opeischbare som verschuldigd is aan de maatschap, moet de betaling, welke hij ontvangt, op de inschuld der maatschap en op die van hemzelven, naar evenredigheid van beide die vorderingen, toegerekend worden, al ware het ook dat hij, bij de kwijting, alles in mindering of voldoening van zijne eigene inschuld mogt gebragt hebben; maar indien hij bij de kwijting bepaald heeft dat de geheele betaling zoude strekken voor de inschuld der maatschap, zal deze bepaling worden nagekomen.

Artikel

1666

Indien een der vennooten zijn geheel aandeel in eene gemeene inschuld der maatschap ontvangen heeft, en de schuldenaar naderhand onvermogend is geworden, is die vennoot gehouden het ontvangene in de gemeene kas in te brengen, al had hij ook voor zijn aandeel kwijting gegeven.

Artikel

1670

Artikel

1671

Artikel

1672

Artikel

1673

Artikel

1674

Indien verscheidene vennooten met het beheer belast zijn, zonder dat hunne bijzondere werkzaamheden bepaald zijn, of zonder beding dat de een buiten den anderen niets zoude mogen verrigten, is ieder van hen afzonderlijk tot alle handelingen, dat beheer betreffende, bevoegd.

Artikel

1675

Indien er bedongen is dat een der beheerders niets buiten den anderen zoude mogen verrigten, vermag de eene, zonder eene nieuwe overeenkomst, niet te handelen zonder medewerking van den anderen, al mogt deze zich ook voor het oogenblik in de onmogelijkheid bevinden om aan de daden van het beheer deel te nemen.

Artikel

1676

Bij gebreke van bijzondere bedingen omtrent de wijze van beheer, moeten de volgende regelen worden in acht genomen:

  • 1°.

    De vennooten worden geacht zich over en weder de magt te hebben verleend om, de een voor den anderen, te beheeren.

    Hetgeen ieder van hen verrigt is ook verbindende voor het aandeel der overige vennooten, zonder dat hij hunne toestemming hebbe bekomen; onverminderd het regt van deze laatstgemelden, of van een hunner, om zich tegen de handeling, zoo lang die nog niet gesloten is, te verzetten;

  • 2°.

    Ieder der vennooten mag gebruik maken van de goederen aan de maatschap toebehoorende, mits hij dezelve tot zoodanige einden gebruike, als waartoe zij gewoonlijk bestemd zijn, en mits hij zich van dezelve niet bediene tegen het belang der maatschap of op zoodanige wijze, dat de overige vennooten daardoor verhinderd worden om van die goederen, volgens hun regt, mede gebruik te maken;

  • 3°.

    Ieder vennoot heeft de bevoegdheid om de overige vennooten te verpligten in de onkosten te dragen, welke tot behoud der aan de maatschap behoorende goederen noodzakelijk zijn;

  • 4°.

    Geen der vennooten kan, zonder toestemming der overige, eenige nieuwigheden daarstellen ten aanzien der onroerende zaken, welke tot de maatschap behooren, al beweerde hij ook dat dezelve voor de maatschap voordeelig waren.

Artikel

1678

Elk der vennooten mag, zelfs zonder toestemming der overige, eenen derden persoon aannemen als deelgenoot in het aandeel hetwelk hij in de maatschap heeft; doch hij kan denzelven, zonder zoodanige toestemming, niet als medelid der maatschap toelaten, al mogt hij ook met het beheer der zaken van de maatschap belast zijn.

Derde

afdeeling

Van de verbindtenissen der vennooten ten aanzien van derden

Artikel

1679

De vennooten zijn niet ieder voor het geheel voor de schulden der maatschap verbonden; en een der vennooten kan de overige niet verbinden, indien deze hem daartoe geene volmagt gegeven hebben.

Artikel

1680

De vennooten kunnen door den schuldeischer, met wien zij gehandeld hebben, aangesproken worden, ieder voor gelijke som en gelijk aandeel, al ware het dat het aandeel in de maatschap van den eenen minder dan dat van den anderen bedroeg; ten zij, bij het aangaan der schuld, derzelver verpligting, om in evenredigheid van het aandeel in de maatschap van elk vennoot te dragen, uitdrukkelijk zij bepaald.

Artikel

1681

Het beding dat eene handeling voor rekening der maatschap is aangegaan, verbindt slechts den vennoot die dezelve aangegaan heeft, maar niet de overige, ten zij de laatstgenoemde hem daartoe volmagt hadden gegeven, of de zaak ten voordeele der maatschap gestrekt hebbe.

Artikel

1682

Indien een der vennooten in naam der maatschap eene overeenkomst heeft aangegaan, kan de maatschap de uitvoering daarvan vorderen.

Vierde

afdeeling

Van de verschillende wijzen waarop de maatschap eindigt

Artikel

1683

Een maatschap wordt ontbonden:

  • 1°.

    Door verloop van den tijd voor welken dezelve is aangegaan;

  • 2°.

    Door het tenietgaan van een goed of de volbrenging der handeling, die het onderwerp der maatschap uitmaakt;

  • 3°.

    Door opzegging van een vennoot aan de andere vennoten;

  • 4°.

    Door den dood of de curatele van één hunner, of indien hij in staat van faillissement is verklaard dan wel ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

Artikel

1684

Artikel

1686

Artikel

1688

Elfde

titel

Vervallen

Eerste

afdeeling

Vervallen

Artikel

1703

Vervallen

Artikel

1704

Vervallen

Artikel

1705

Vervallen

Artikel

1706

Vervallen

Artikel

1707

Vervallen

Artikel

1708

Vervallen

Artikel

1709

Vervallen

Artikel

1710

Vervallen

Artikel

1711

Vervallen

Artikel

1712

Vervallen

Tweede

afdeeling

Vervallen

Artikel

1713

Vervallen

Artikel

1714

Vervallen

Artikel

1715

Vervallen

Artikel

1716

Vervallen

Derde

afdeeling

Vervallen

Artikel

1719

Vervallen

Artikel

1720

Vervallen

Artikel

1721

Vervallen

Artikel

1722

Vervallen

Artikel

1724

Vervallen

Vierde

afdeeling

Vervallen

Artikel

1725

Vervallen

Artikel

1729

Vervallen

Artikel

1730

Vervallen

Dertiende

titel

Van bruikleening

Eerste

afdeeling

Algemeene bepalingen

Artikel

1777

Bruikleening is eene overeenkomst, waarbij de eene partij aan de andere eene zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde dat degene die deze zaak ontvangt, dezelve, na daarvan gebruik te hebben gemaakt, of na eenen bepaalden tijd, zal terug geven.

Artikel

1778

De uitleener blijft eigenaar van de geleende zaak.

Artikel

1780

Tweede

afdeeling

Van de verpligtingen van dengenen die iets ter bruikleening ontvangt

Artikel

1781

Artikel

1782

Indien de geleende zaak verloren gaat door een toeval, hetwelk degene die dezelve ter leen ontvangen heeft, door zijne eigene zaak te gebruiken, had kunnen voorkomen, of indien hij, slechts een van beide kunnende behouden, aan de zijne den voorrang heeft gegeven, is hij voor het verlies der andere zaak aansprakelijk.

Artikel

1783

Indien de zaak bij het ter leen geven geschat is, komt het verlies van dezelve, al ontstond dat ook door toeval, ten laste van dengenen die de zaak ter leen ontvangen heeft, ten ware het tegendeel mogt bedongen zijn.

Artikel

1784

Indien de zaak alleen tengevolge van het gebruik waartoe dezelve geleend is, en buiten schuld van den gebruiker, in waarde vermindert, is deze wegens die vermindering niet aansprakelijk.

Artikel

1785

Indien de gebruiker, om van de geleende zaak gebruik te kunnen maken, eenige onkosten gemaakt heeft, kan hij dezelve niet terug vorderen.

Artikel

1786

Indien een zaak in bruikleen is gegeven aan twee of meer personen tezamen, zijn zij hoofdelijk verbonden tot teruggave daarvan en tot vergoeding van de schade die het gevolg is van een tekortschieten in de nakoming van die verplichting, tenzij de tekortkoming aan geen van hen kan worden toegerekend.

Derde

afdeeling

Van de verpligtingen van den uitleener

Artikel

1787

De uitleener kan de geleende zaak niet terug vorderen dan na verloop van den bepaalden tijd, of, bij gebreke eener dusdanige bepaling, nadat dezelve tot het gebruik waartoe zij was uitgeleend gediend heeft, of heeft kunnen dienen.

Artikel

1788

Indien evenwel de uitleener, gedurende dat tijdsverloop, of voor dat de behoefte van den gebruiker opgehouden heeft, de geleende zaak, om dringende en onverwachts opkomende redenen, zelf benoodigd heeft, kan de regter, naar gelang der omstandigheden, den gebruiker noodzaken het geleende aan den uitleener terug te geven.

Artikel

1789

Indien de gebruiker, gedurende de bruikleening tot behoud der zaak eenige buitengewone noodzakelijke onkosten heeft moeten maken, welke zoo dringende waren dat hij daarvan te voren aan den uitleener geene kennis heeft kunnen geven, is deze verpligt hem dezelve te vergoeden.

Artikel

1790

Indien de ter leen gegevene zaak zoodanige gebreken heeft, dat daardoor aan dengenen die zich van dezelve bedient nadeel zoude kunnen worden toegebragt, is de uitleener, zoo hij die gebreken gekend, en daarvan aan den gebruiker geene kennis gegeven heeft, voor de gevolgen verantwoordelijk.

Veertiende

titel

Van verbruikleening

Eerste

afdeeling

Algemeene bepalingen

Artikel

1791

Vervallen

Artikel

1792

Vervallen

Artikel

1793

Vervallen

Tweede

afdeeling

Van de verpligtingen des uitleeners

Artikel

1796

Vervallen

Artikel

1797

Vervallen

Artikel

1798

Vervallen

Artikel

1799

Vervallen

Derde

afdeeling

Van de verpligtingen des leeners

Artikel

1800

Vervallen

Artikel

1801

Vervallen

Vierde

afdeeling

Van het ter leen geven op interessen

Artikel

1804

Vervallen

Artikel

1805

Vervallen

Artikel

1806

Vervallen

Vijftiende

titel

Van gevestigde of altijddurende renten

Artikel

1807

Het vestigen eener altijddurende rente is eene overeenkomst, waarbij de uitleener interessen bedingt, tegen betaling eener hoofdsom welke hij aanneemt niet terug te zullen vorderen.

Artikel

1808

Artikel

1809

De schuldenaar eener altijddurende rente kan tot de aflossing genoodzaakt worden:

  • 1°.

    Indien hij niets betaald heeft op de gedurende twee achtereenvolgende jaren verschuldigde renten;

  • 2°.

    Indien hij verzuimt aan den geldschieter de bij de overeenkomst beloofde zekerheid te bezorgen;

  • 3°.

    Indien hij in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

Artikel

1810

In de twee eerste gevallen, bij het vorige artikel vermeld, kan de schuldenaar zich van de verpligting tot aflossing ontheffen, indien hij binnen de twintig dagen, te rekenen van de geregtelijke aanmaning, alle de verschenen termijnen betaalt of de beloofde zekerheid stelt.

Zestiende

titel

Van kans-overeenkomsten

Eerste

afdeeling

Algemeene bepalingen

Artikel

1811

Vervallen

Tweede

afdeeling

Van de overeenkomst van lijfrenten en derzelver gevolgen

Artikel

1813

Vervallen

Artikel

1814

Vervallen

Artikel

1817

Vervallen

Artikel

1819

Vervallen

Artikel

1822

Vervallen

Artikel

1824

Vervallen

Derde

afdeeling

Van spel en weddingschap

Artikel

1825

De wet staat geene regtsvordering toe, ter zake van eene schuld uit spel of uit weddingschap voortgesproten.

Artikel

1826

Artikel

1827

Van de vorige twee artikelen kan op generlei wijze worden afgeweken.

Artikel

1828

In geen geval, kan hij die het verlorene vrijwillig betaald heeft hetzelve terug eischen, ten ware, van den kant van dengenen die gewonnen heeft, bedrog, list of opligting hebbe plaats gehad.

Zeventiende

titel

Van lastgeving

Artikel

1829

Vervallen

Artikel

1830

Vervallen

Artikel

1831

Vervallen

Artikel

1832

Vervallen

Artikel

1833

Vervallen

Artikel

1834

Vervallen

Artikel

1835

Vervallen

Artikel

1836

Vervallen

Artikel

1837

Vervallen

Artikel

1838

Vervallen

Artikel

1839

Vervallen

Artikel

1840

Vervallen

Artikel

1841

Vervallen

Artikel

1842

Vervallen

Artikel

1843

Vervallen

Artikel

1844

Vervallen

Artikel

1845

Vervallen

Artikel

1846

Vervallen

Artikel

1847

Vervallen

Artikel

1848

Vervallen

Artikel

1849

Vervallen

Artikel

1850

Vervallen

Artikel

1851

Vervallen

Artikel

1852

Vervallen

Artikel

1853

Vervallen

Artikel

1854

Vervallen

Artikel

1855

Vervallen

Artikel

1856

Vervallen

Negentiende

titel

Van dading

Artikel

1889

Vervallen

Artikel

1890

Vervallen

Artikel

1891

Vervallen

Artikel

1892

Vervallen

Artikel

1893

Vervallen

Artikel

1894

Vervallen

Artikel

1901

Vervallen

Algemene slotbepaling