Besluit van 6 juli 1993, houdende instelling van een visserijzone voor de Nederlandse Antillen en Aruba

Visserijzonebesluit Nederlandse Antillen en Aruba

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken van 2 april 1993, nr. DDI/Kabinet-87887, gedaan mede namens Onze Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken;
De Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van 10 mei 1993, nr. W02.93.0220/K.);
Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken van 1 juli 1993, nr. DDI/Kabinet-90960;
De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

In de in artikel 1 bedoelde zone oefent het Koninkrijk, met inachtneming van de grenzen die het volkenrecht stelt, de uitsluitende rechtsbevoegdheid uit ten aanzien van visserijaangelegenheden.

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede maand na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.

Artikel

4

Dit besluit wordt aangehaald als: Visserijzonebesluit Nederlandse Antillen en Aruba.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Buitenlandse Zaken, P. H. Kooijmans
De Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie a.i., J. E. Andriessen