Wet van 7 juli 1993, houdende wijziging van de Handelsregisterwet in verband met de registratie van bepaalde nevenvestigingen van vennootschappen als bedoeld in de elfde richtlijn inzake het vennootschapsrecht

Wijzigingswet Handelsregisterwet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met een juiste uitvoering van de elfde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 betreffende de openbaarmakingsplicht voor in een Lid-Staat opgerichte bijkantoren van vennootschappen die onder het recht van een andere Staat vallen (PbEG L 395) noodzakelijk is dat in de Handelsregisterwet enkele bepalingen worden opgenomen ten behoeve van de registratie van bepaalde nevenvestigingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Opgaven ter inschrijving in het handelsregister, waartoe de verplichting ontstaat als gevolg van de inwerkingtreding van deze wet, moeten binnen twee weken daarna geschieden.

Artikel

IV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Economische Zaken, J. E. Andriessen
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin