Artikel
1
1.1
De houder van een geldig buitenlands bewijs van bevoegdheid afgegeven overeenkomstig de eisen van Annex I bij het Verdrag van Chicago als:
-
verkeersvlieger
-
beroepsvlieger
-
privé-vlieger
-
bestuurder van zweefvliegtuigen
-
bestuurder van vrije ballons
kan zonder dat hiervoor een bewijs van gelijkstelling als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart is afgegeven, privé-vluchten of -vaarten maken boven Nederland mits:
-
a.
deze in Nederland geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
-
b.
de vluchten of vaarten die gemaakt worden VFR-vluchten zijn in een luchtvaartuig gecertificeerd voor één vlieger;
-
c.
de beperkingen en bevoegdheden van het buitenlands bewijs van bevoegdheid voor genoemde vluchten in acht worden genomen.