Regeling Gelijkstelling buitenlandse bewijzen van bevoegdheid

Regeling gelijkstelling buitenlandse bewijzen van bevoegdheid

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de onderlinge erkenning van bewijzen van bevoegdheid voor burgerluchtvaartpersoneel (91/670/EEG);

Besluit:

Hoofdstuk

I

Individuele gelijkstellingen voor privé-vluchten

Artikel

1

Artikel

2

Bewijzen van bevoegdheid afgegeven in E.G.-lidstaten

Artikel

3

Bewijzen van bevoegdheid afgegeven in niet-E.G.-lidstaten

Hoofdstuk

II

Individuele gelijkstellingen voor beroepsvluchten en verkeersvluchten

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

4

Een geldig buitenlands bewijs van bevoegdheid afgegeven overeenkomstig de eisen van Annex I bij het Verdrag van Chicago als:

  • verkeersvlieger

  • beroepsvlieger

  • boordwerktuigkundige

dat elders door het bevoegde gezag is afgegeven kan geheel of gedeeltelijk worden gelijkgesteld met het overeenkomende Nederlandse bewijs van bevoegdheid.

Artikel

5

§

2

Bewijzen van bevoegdheid afgegeven in E.G.-lidstaten

Artikel

6

Een bewijs van bevoegdheid afgegeven door een E.G.-lidstaat wordt gelijkgesteld indien blijkt dat het voorgelegde bewijs van bevoegdheid gebaseerd is op eisen die gelijkwaardig zijn aan de eisen van Nederland. Mocht er redelijk gegronde twijfel bestaan aan de gelijkwaardigheid van die eisen, dan kan bepaald worden, dat aan aanvullende eisen of examens moet worden voldaan alvorens gelijkstelling van het bewijs van bevoegdheid mogelijk is.

Artikel

7

Ten bewijze van de in het eerste lid genoemde ervaring en medische geschiktheid dient een logboek en een geldige medische verklaring als bedoeld in artikel 2.4 Wet Luchtvaart, te worden overlegd.

§

3

Bewijzen van bevoegdheid afgegeven in niet-E.G.-lidstaten

Artikel

8

Bewijzen van bevoegdheid afgegeven overeenkomstig de eisen van Annex I bij het Verdrag van Chicago in landen die geen lid zijn van de E.G. kunnen worden gelijkgesteld. Om voor afgifte van een bewijs van gelijkstelling in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • a.

    de houder van het buitenlands bewijs van bevoegdheid voldoet aan de ervaringseisen na afgifte van het betrokken buitenlandse bewijs van bevoegdheid zoals genoemd in bijlage A;

  • b.

    de vereiste examens voor het buitenlandse bewijs van bevoegdheid en de daarin gestelde bevoegdverklaring(en) moeten in het land van afgifte van het bewijs van bevoegdheid zijn afgelegd;

  • c.

    voor de gelijkstelling van het buitenlandse bewijs van bevoegdheid en de daarin gestelde bevoegdverklaring(en) moet de aanvrager met gunstig resultaat een praktisch examen afleggen voor alle gewenste in het buitenlands bewijs van bevoegdheid gestelde bevoegdverklaring(en);

  • d.

    aanvullende examens moeten worden gedaan, indien de inhoud van de exameneisen voor het buitenlands bewijs van bevoegdheid en de daarin gestelde bevoegdverklaring(en) niet overeenkomen met de Nederlandse exameneisen;

  • e.

    de aanvrager moet een geldige medische verklaring als bedoeld in artikel 2.4 Wet Luchtvaart, overleggen.

  • f.

    Ten bewijze van de onder a, genoemde ervaring dient een logboek te worden overgelegd.

Artikel

9

Op basis van de buitenlandse senior commercial pilot licence wordt ten hoogste een bewijs van gelijkstelling op het niveau van een vliegbewijs B3 afgegeven.

Artikel

III

Hoofdstuk III Procedurele bepalingen inzake individuele gelijkstellingen

Artikel

10

De aanvraag

Artikel

11

De geldigheidsduur

Het bewijs van gelijkstelling is geldig gedurende de geldigheidsduur van het buitenlands bewijs van bevoegdheid en de daarop aangebrachte bevoegdverklaringen.

Artikel

12

Schorsing, intrekking en vernieuwing

Het bepaalde in de artikelen 27, 28 en 29 van de Regeling Toezicht Luchtvaart ten aanzien van schorsing, intrekking en vernieuwing van bewijzen van bevoegdheid is eveneens van toepassing op het bewijs van gelijkstelling.

Hoofdstuk

IV

Groepsgelijkstellingen

Artikel

13

Buitenlandse bewijzen van bevoegdheid

Artikel

14

Buitenlandse bevoegdverklaring

De in de buitenlandse bewijzen van bevoegdheid gestelde bevoegdverklaringen komen eveneens in aanmerking voor groepsgelijkstelling met uitzondering van de bevoegdverklaring Vliegonderricht.

Artikel

15

Geldigheid

De groepsgelijkstelling wordt afgegeven voor de duur van de gebruiksovereenkomst van het in het Nederlands Luchtvaartuigregister ingeschreven luchtvaartuig met een maximum van 5 jaar en beperkt zich tot de in de overeenkomst afgesproken taken en werkzaamheden. De termijn van de groepsgelijkstelling kan worden verlengd.

Artikel

16

Schorsing, intrekking en vernieuwing

Het bepaalde in de artikelen 27, 28 en 29 van de Regeling Toezicht Luchtvaart ten aanzien van schorsing, intrekking en vernieuwing van bewijzen van bevoegdheid is eveneens van toepassing op de groepsgelijkstelling.

Hoofdstuk

V

Diverse bepalingen

Artikel

17

Procedurele bepalingen

Indien ter verkrijging van een bewijs van gelijkstelling met een bewijs van bevoegdheid, afgegeven door een E.G.-lidstaat, aanvullende eisen worden gesteld, wordt de Commissie van de E.G. hiervan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.

Artikel

18

Vervallen

Artikel

19

Vervallen

Hoofdstuk

VI

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

20

Vervallen

Artikel

21

Intrekking bestaande regeling

De regeling van 29 december 1987, nr. LI/26626, Stcrt. 1988, 7, wordt ingetrokken.

Artikel

22

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1993.

Artikel

23

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling gelijkstelling buitenlandse bewijzen van bevoegdheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, a.i. J. E.Andriessen

Bijlage

A

Bijlage A bij gelijkstellingsregeling

Bewijs van bevoegdheid

Medische eisen

Leeftijd

Ervaring na afgifte van het buitenlandse bewijs van bevoegdheid

ATPL-A

Medisch certificaat klasse 1 zonder enige beperking

21 - 60

1500 vlieguren als verkeersvlieger op FAF 25/JAR 25 - vliegtuigen

CPL-A met IR

Medisch certificaat klasse 1 zonder enige beperking

18 - 60

1000 vlieguren als beroepsvlieger op conventionele vliegtuigen sinds de verwerving van de IR.

CPL-A

a.

Medisch certificaat klasse 1 zonder enige beperking

18- 60

a.

700 vlieguren als beroepsvlieger op conventionele vliegtuigen, inclusief 200 uren in het soort luchtvaartactiviteiten waarvoor de geldigheidsverklaring is aangevraagd, waarvan 50 uren in de laatste 12 maanden.

CPL-H

b.

Medisch certificaat klasse 1 zonder enige beperking

18 - 60

b.

700 vlieguren als beroepsvlieger op hefschroefvliegtuigen, inclusief 200 uren waarvoor de geldigheidsverklaring is aangevraagd, waarvan 50 uren in de laatste 12 maanden.

ATPL-H (met IR)

a.

Medisch certificaat klasse 1 zonder enige beperking

21 - 60

a.

1500 vlieguren als verkeersvlieger op hefschroefvliegtuigen. Indien IR is vereist, dient de betrokken persoon na behalen van de bevoegdverklaring voor het vliegen op instrumenten 500 uren gevlogen te hebben.

CPL-H (met IR)

b.

Medisch certificaat klasse 1 zonder enige beperking

21 - 60

b.

1000 vlieguren als beroepsvlieger op hefschroefvliegtuigen. Indien IR is vereist, dient de betrokken persoon na behalen van de bevoegdverklaring voor het vliegen op instrumenten 500 uren gevlogen te hebben.

PPL (H)

Medisch certificaat klasse 2

17

100 vlieguren

PPL (A) bvb als vallonvaarder

Medisch certificaat klasse 2

17

100 vlieguren

Zweefvliegbewijs

17

Voor de houder van een zweefvliegbewijs is in plaats van 100 vlieguren 100 starts voldoende

PPL (A) met IR

Medisch certificaat klasse 2

17

500 vlieguren op vleugelvliegtuigen sinds de verwerving van de IR

PPL (H) met IR

Medisch certificaat klasse 2

17

500 vlieguren op hefschroefvliegtuigen sinds de verwerving van de IR

Bijlage

B

Vervallen