Wet van 16 september 1993, tot wijziging van de rechterlijke indeling

Wijzigingswet Wet op de rechterlijke indeling, enz.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de rechterlijke indeling af te stemmen op de provinciale indeling, de indeling in politieregio's en - voor zover deze de provinciegrenzen niet overschrijden - de grenzen van de gemeentelijke samenwerkingsgebieden, en dat het in verband daarmee wenselijk is een nieuw kanton en een nieuw arrondissement Lelystad te stichten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Vervallen

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IVA

Artikel

V

De advocaten en procureurs die kantoor houden in een gemeente die ingevolge deze wet naar een ander arrondissement overgaat, worden door de zorg van de betrokken griffiers ingeschreven bij de rechtbank van het nieuwe arrondissement. Zij blijven gedurende vijf jaren na de inwerkingtreding van deze wet tevens ingeschreven bij de rechtbank van het oude arrondissement. Artikel 61, tweede lid, tweede volzin, van de Advocatenwet blijft buiten toepassing.

Artikel

VI

Artikel

VIA

Artikel

VII

Deze wet heeft geen beperking tot gevolg van het gebied waarbinnen vóór de inwerkingtreding benoemde notarissen en deurwaarders hun ambtsbediening uitoefenen.

Artikel

VIIA

Onze Minister van Justitie plaatst de tekst van de Wet op de rechterlijke indeling zoals deze luidt na de inwerkingtreding van deze wet en de overige wetten die op hetzelfde tijdstip in werking treden en waarin die wet wordt gewijzigd, in het Staatsblad.

Artikel

VIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat bij koninklijk besluit voor de inwerkingtreding van artikel II een later tijdstip wordt vastgesteld dan voor de overige artikelen.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin