Wet van 30 september 1993, tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de advisering over en inning van kinderalimentaties

Wijzigingswet Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de advisering over en inning van kinderalimentaties

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is uit een oogpunt van efficiency de adviserende en requestrerende taak van de raden voor de kinderbescherming te beëindigen en de inning van kinderalimentaties door de raden voor de kinderbescherming onder te brengen bij één instantie alsmede deze tegen betaling van kosten te doen geschieden en dat in verband daarmee Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wijziging behoeven;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Indien het bij koninklijke boodschap van 8 januari 1992 ingediende voorstel van wet tot herziening van het procesrecht in zaken van personen- en familierecht tot wet is verheven en in werking is getreden, vervalt onderdeel B van artikel II, zodra het tot wet is verheven; In het eerste lid van artikel 810 van de Zesde Titel van het Derde Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt alsdan na "minderjarigen" ingevoegd: , uitgezonderd die welke zijn levensonderhoud betreffen.

Overgangsbepalingen

Artikel

IV

Artikel

V

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Justitie, A. Kosto
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin