Instelling overlegcommissie onderzoek en opvangcentra

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Overwegende dat het wenselijk is om voor een goede afstemming tussen de bewoners van een onderzoek- en opvangcentrum en de bevolking van de gemeente waar dit centrum is gevestigd, een overlegcommissie in het leven te roepen;
Dat in Hoofdstuk VII van de overeenkomst ter zake van de vestiging van een onderzoek- en opvangcentrum tussen de betrokken gemeente en de minister is overeengekomen dat de minister een zodanige commissie zal instellen;

Besluit:

Artikel

1

Ingesteld wordt de overlegcommissie van het onderzoek- en opvangcentrum de Aalfuik in de gemeente 's-Gravendeel (26-10-93/9323640)

onderzoek- en opvangcentrum De Staalberg in de gemeente Oisterwijk (03-06-93/925166)

onderzoek- en opvangcentrum Luttelgeest in de gemeente Noordoostpolder (03-06-92/928497)

onderzoek- en opvangcentrum Kleyn Amstelwijck in de gemeente Dordrecht (03-06-92/928497)

onderzoek- en opvangcentrum Zwolle in de gemeente Zwolle (03-06-92/928497)

onderzoek- en opvangcentrum Harderwold in de gemeente Zeewolde (03-06-92/928497)

onderzoek- en opvangcentrum Nijeveen in de gemeente Nijeveen (03-06-92/928497)

onderzoek- en opvangcentrum Eindhoven in de gemeente Eindhoven (03-06-92/928497)

Artikel

2

De in artikel 1 genoemde overlegcommissie, hierna te noemen de commissie, heeft tot taak het bevorderen van een optimale verstandhouding tussen de bewoners van het onderzoek- en opvangcentrum en de plaatselijke gemeenschap alsmede de betrokken diensten en instellingen, door middel van:

  • a.

    het uitwisselen van informatie ter zake van ontwikkelingen in het onderzoek- en opvangcentrum alsmede in de plaatselijke gemeenschap;

  • b.

    het voeren van periodiek overleg, alsmede het voeren van tussentijds overleg indien ten minste drie leden zulks noodzakelijk achten. In het overleg wordt informatie uitgewisseld als genoemd onder a. en worden voorts besproken de eventuele knelpunten en suggesties voor het wegnemen van die knelpunten;

  • c.

    het aan de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur signaleren van knelpunten die een structureel karakter dragen;

Artikel

3

Artikel

4

Het beheer van de bescheiden betre-Vende"betre-Vende" moet zijn "betreffende" de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

De bescheiden worden bij opheYng"opheYng" moet zijn "opheffing" van de commissies in het Centraal Archief van dit ministerie opgenomen.

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de dagtekening van de Staatscourant waarin zij, met de bij het besluit behorende toelichting, is geplaatst.

Een afschrift van deze regeling wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan de belanghebbenden.

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. d'Ancona