Artikel
1
Ten aanzien van de persoon, die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en:
-
a.
inkomen geniet wegens het verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse verkiezingen wordt samengesteld of van een algemeen bestuur van een waterschap zijn artikel 44, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 59, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de artikelen 2:16 en 3:19 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten voor onbeperkte duur van toepassing en zijn artikel 52, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 2:46a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten niet van toepassing;
-
b.
inkomen geniet, dat bestaat uit loon op grond van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de Wet sociale werkvoorziening, is artikel 52, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, niet van toepassing.