|
waren
|
stoffen/preparaten
|
|
1.1. siervoorwerpen bestemd om licht- of kleureffecten te verkrijgen door verschillende fasen, bijvoorbeeld in sfeerlampen en asbakken;
1.2 scherts- en fopartikelen;
1.3 spellen voor één of meer personen of alle voorwerpen die bestemd zijn om als zodanig te worden gebruikt, zelfs als deze fungeren als siervoorwerp.
1.4 Onverminderd het bovenstaande mogen stoffen en preparaten geen kleurstof bevatten, tenzij dat om fiscale redenen vereist is, noch geurstof noch beide bevatten indien deze stoffen en preparaten:
-
gevaarlijk zijn bij inademing en gekenmerkt worden als ‘schadelijk: kan longschade veroorzaken na verslikken’, in de zin van de criteria in bijlage VI van de stoffenrichtlijn en
-
als brandstof in sierlampen kunnen worden gebruikt en
-
in een verpakking met een capaciteit van 15 liter of minder op de markt worden gebracht.
1.5 Onverminderd de tenuitvoerlegging van andere communautaire voorschriften betreffende de indeling, verpakking en etikettering van gevaarlijke stoffen en preparaten moet op de verpakking van stoffen en preparaten als bedoeld in onderdeel 1.4, en die ervoor bestemd zijn om in lampen te worden gebruikt, leesbaar en onuitwisbaar het volgende staan: ‘Lampen die met deze vloeistof zijn gevuld buiten het bereik van kinderen houden’.
|
– vloeibare stoffen of preparaten die als gevaarlijk worden beschouwd in de zin van de definities van artikel 2, lid 2, en de criteria in bijlage VI, delen 2, 3, en 4 van de stoffenrichtlijn.
|
|
2. verven, met uitzondering van verven bestemd voor de restauratie en het onderhoud van kunstwerken alsmede van historische gebouwen en hun interieurs.
|
-
loodcarbonaten:
-
neutraal loodcarbonaat PbCO₃, (CASnr. 598-63-0);
-
basisch loodcarbonaat 2PbCO₃Pb-(OH)₂ (CASnr. 1319-46-6);
-
Loodsulfaten:
|
|
3.1vervallen
3.2vervallen
3.3vervallen
3.4vervallen
|
|
|
4.1 Stoffen en preparaten die met het oog op verkoop aan het grote publiek in de handel worden gebracht, met uitzondering van:
-
cosmetica in de zin van het Cosmeticabesluit (Warenwet) 1979;
-
stoffen en preparaten voor zover daaromtrent regelen zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de geneesmiddelenvoorziening;
-
sera en vaccins als bedoeld in de Wet op sera en vaccins;
-
brandstoffen als bedoeld in richtlijn 85/210/EEG (PbEG L 96);
-
derivaten van minerale oliën, bestemd voor gebruik als brandstof in mobiele of vaste verbrandingsinstallaties
-
brandstoffen die in een gesloten systeem worden verkocht;
-
kleurstoffen voor kunstenaars, die onder de preparatenrichtlijn vallen.
4.2 Onverminderd de toepassing van andere communautaire voorschriften inzake de indeling, verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en preparaten, dient op de verpakking van de in 4.1 bedoelde stoffen en preparaten op leesbare en onuitwisbare wijze de volgende vermelding te worden aangebracht: ‘Uitsluitend bestemd voor gebruik door professionele gebruikers.’
|
– stoffen of preparaten die als kankerverwekkend categorie 1 of 2, mutageen categorie 1 of 2 of als voor de voortplanting vergiftig categorie 1 of 2 zijn ingedeeld, in concentraties gelijk aan of groter dan de in bijlage I bij de stoffenrichtlijn vastgestelde concentratiegrens, danwel de in bijlage II van de preparatenrichtlijn vastgestelde concentratiegrens, indien in bijlage I bij de stoffenrichtlijn geen concentratiegrens staat, die zijn opgenomen in het aanhangsel bij de bijlage I bij de richtlijn.
|
|
5.1 Staafjes die in gaatjes in de oren en in de andere delen van het menselijk lichaam worden geplaatst gedurende de ephitelisatie van de wond als gevolg van het maken van de gaatjes en die vervolgens al dan niet worden verwijderd.
|
– Nikkel (CAS nr. 7440-020-0) en de verbindingen daarvan.
|
|
5.2 Alle staafjes die in gaatjes in de oren en in andere delen van het menselijk lichaam worden geplaatst.
|
– Nikkel (CAS nr. 7440-020-0) en de verbindingen daarvan, tenzij de hoeveelheid nikkel die vrijkomt niet groter is dan 0,2 µg/cm2/week.
|
|
5.3 Waren bestemd om in direct en langdurig contact met de huid te komen, zoals de volgende:
– oorbellen
– halskettingen, armbanden en kettingen, enkelringen en vingerringen,
– drukknopen, sluitingen, klinknagels, ritssluitingen en metalen merktekens, wanneer deze in kleding worden gebruikt.
|
– Nikkel (CAS nr. 7440-020-0) en de verbindingen daarvan, tenzij de hoeveelheid nikkel die vrijkomt niet groter is dan 0,5μg/cm2/week.
|
|
5.4 Waren zoals in 5.3 genoemd, wanneer deze voorzien zijn van een niet-nikkelen coating.
|
– Nikkel (CAS nr. 7440-020-0) en de verbindingen daarvan, tenzij de hoeveelheid nikkel die vrijkomt niet groter is dan 0,5μg/cm/week gedurende een periode van ten minste twee jaar van normaal gebruik van de waar.
|
|
6.1 speelgoedartikelen ontworpen en bestemd om door kinderen bij het spelen te worden gebruikt en kinderverzorgingartikelen bestemd om de slaap, de ontspanning, hygiënische verzorging en voeding van, alsmede het zuigen door kinderen te vergemakkelijken
|
Ftalaten:
– bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP) (CAS nr. 117-81-7) (Einecs nr. 204-211-0)
– dibutylftalaat (DBP) (CAS nr. 84-74-2) (Einecs nr. 201-557-4)
– benzylbutylftalaat (BBP) (CAS nr. 85-68-7) (Einecs nr. 201-622-7)
in concentraties van meer dan 0,1% massaprocent van het week gemaakte materiaal
|
|
6.2 speelgoedartikelen ontworpen en bestemd om door kinderen bij het spelen te worden gebruikt en kinderverzorgingsartikelen bestemd om de slaap, de ontspanning, hygiënische verzorging en voeding van, alsmede het zuigen door kinderen te vergemakkelijken, die door kinderen in de mond kunnen worden gestopt
|
Ftalaten:
– di-‘isononyl’ftalaat (DINP) (CAS nr. 28553-12-0 en 68515-48-0) (Einecs nr. 249-079-5 en 271-090-9)
– di-‘isodecyl’ftalaat (DIDP) (CAS nr. 26761-40-0 en 68515-49-1) (Einecs nr. 247-977-1 en 271-091-4)
– di-n-octylftalaat (DNOP) (CAS nr. 117-84-0) (Einecs nr. 204-214-7)
in concentraties van meer dan 0,1% massaprocent van het week gemaakte materiaal
|