Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
rechterlijk ambtenaar: degene op wiens bezoldiging artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van toepassing of van overeenkomstige toepassing is;
-
b.
Minister: de Minister van Justitie;
-
c.
Wet: de Wet op de loonbelasting 1964;
-
d.
Uitvoeringsregeling: de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen;
-
e.
financiële instelling: een financiële instelling als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling;
-
f.
functionele autoriteit: de functionele autoriteit, bedoeld in de artikelen 1, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, 4, eerste lid, onderdeel b, van de Beroepswet, 5, eerste lid onderdeel b, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie;
-
g.
gerecht: een rechtbank, een gerechtshof, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven.