Wet van 1 december 1994, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs inzake de bevoegdheid voor het geven van onderwijs in niet-Nederlandse taal en cultuur

Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs, enz. (bevoegdheid voor het geven van onderwijs in niet-Nederlandse taal en cultuur)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in de Wet op het basisonderwijs en in de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs een regeling te treffen voor de bevoegdheid voor het geven van onderwijs in niet-Nederlandse taal en cultuur;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Vervallen

Artikel

IV

Bevat wijzigingen in deze regelgeving.

Artikel

V

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 augustus 1994. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 juli 1994, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager