Regeling legitimatievoorschriften kentekenbewijzen en kentekenplaten

Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • besluit: Besluit erkenningen wegverkeer

  • erkenning inschrijven met onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 6 van het Besluit erkenningen wegverkeer

  • erkenning inschrijven zonder onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 5 van het Besluit erkenningen wegverkeer;

  • erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad: erkenning als bedoeld in artikel 4 van het Besluit erkenningen wegverkeer;

  • erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden: erkenning als bedoeld in artikel 3 van het Besluit erkenningen wegverkeer;

  • wet: Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk

2

Aanvraag tenaamstelling

Artikel

2

Aanvrager natuurlijke persoon

Artikel

3

Aanvrager rechtspersoon

Artikel

4

Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Hoofdstuk

3

Aanvraag vervangend kentekenbewijs met contante of electronische betaling

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Aanvrager natuurlijke persoon

Vervallen

Artikel

7

Aanvrager ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Artikel

7a

Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Artikel

7b

Aanvrager erkend bedrijf

Vervallen

Hoofdstuk

4

Aanvraag schorsing tenaamstelling en aanvraag beëindiging schorsing tenaamstelling

Artikel

8a

Aanvrager natuurlijke persoon

Artikel

8c

Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Hoofdstuk

4a

Aanvraag kentekenbewijs niet-nederlandse aanhangwagen

Artikel

8d

Vervallen

Hoofdstuk

5

Aanvraag verval tenaamstelling bij voorgoed buiten Nederland brengen, bij aanvraag transitokenteken

Artikel

9

Aanvraag verval tenaamstelling bij voorgoed buiten Nederland brengen en aanvraag transitokenteken

Bij de aanvraag tot verval van de tenaamstelling op grond van de artikelen 31 en 32 van het Kentekenreglement dan wel bij de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement, legt de aanvrager een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen over, met dien verstande dat bij de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement kan ook een ander in Nederland geldig buitenlands reisdocument worden overgelegd dan de in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, genoemde.

Hoofdstuk

5 a

Verkrijging kentekenplaten

Artikel

9 a

Verkrijging door een natuurlijk persoon

Artikel

9 b

Verkrijging door een rechtspersoon

Bij de verkrijging van kentekenplaten door een rechtspersoon worden overgelegd:

  • a.

    een van de in artikel 2, eerste lid genoemd legitimatiebewijzen van de persoon die de kentekenplaten namens de rechtspersoon in ontvangst neemt, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 hoeft te worden overgelegd, en

  • b.

    de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.

Artikel

9 c

Verkrijging met de erkenning inschrijven zonder onderzoek, inschrijven met onderzoek of bedrijfsvoorraad

In afwijking van artikel 9a moet een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek, inschrijven met onderzoek of bedrijfsvoorraad, voor verkrijging van kentekenplaten voor voertuigen uit de eigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad overleggen:

  • a.

    een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen van degene die de kentekenplaten namens het erkend bedrijf in ontvangst neemt, en

  • b.

    een aan het bedrijf afgegeven geldige dienstenpas of door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens.

Artikel

9d

Uitzonderingen

Artikel

9e

Verkrijging van een taxikentekenplaat

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

10

De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 december 1991, nr. RV 110015, Hoofddirectie van de Waterstaat (Stcrt. 244), houdende voorschriften legitimatie bij aanvraag kentekenbewijs, wordt ingetrokken.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink